17 april 1929 – Spoorwegramp te HALLE

HALLE – ‘Het spoorwegongeluk van Halle heeft er weer eens de aandacht op gevestigd dat het huidige seinstelsel niet aan de eischen van de veiligheid voldoet.’ Enkel het woord ‘eischen’ verraadt dat deze zin niet uit een bericht van de voorbije week komt, maar wel vele decennia geleden geschreven is.

Op 17 april 1929 botste in Halle een goederentrein met de exprestrein Parijs–Brussel. Er vielen 11 doden en tientallen gewonden. Ook toen werd het veiligheidsysteem van de treinen op de korrel genomen. En ook toen was er vraag naar een automatisch stopsysteem om ‘den mensch als tusschenpersoon uit te schakelen en het signaal direct op het drijfwerk van den locomotief over te brengen’, schreef het Vlaamse katholieke tijdschrift ‘Ons Volk Ontwaakt’ op 28 april 1929.

‘Men vraagt zich af hoe het mogelijk is dat men, waar er tegenwoordig zóó veel wordt gedaan voor de veiligheid en het comfort van de menschen, er zich niet al langer heeft op toegelegd om het seinstelsel op de spoorwegen te verbeteren’, klinkt de kritiek. Het tijdschrift maakt melding van twee nieuwe systemen die treinen automatisch kunnen laten stoppen. Eentje met een spiegeltoestel op de seinpaal en een schijnwerper op de locomotief en eentje met een magneet-electrische inductor.

‘Ons Volk Ontwaakt’ besluit optimistisch. ‘Laat ons hopen dat men het signaalstelsel in de hierboven aangegeven richting zal verbeteren. Dan hebben we beslist een der veiligste spoorwegnetten van de wereld.’

Mensen spreken nu nog over die rampdag’

Ook in 1929 vielen elf doden en 49 gewonden op het spoor in Halle

De treinramp van op maandag 15 februari 2010 die in Buizingen 18 levens kostte, was niet de enige noodlottige treinramp in Halle. In 1929 vielen bij een treinbotsing ook elf doden en 49 gewonden.

‘Het moet net als deze week echt verschrikkelijk zijn geweest. De stad was in shock, die bewuste 17 april 1929. Ik heb oudere mensen er vaak over horen vertellen, zelfs tot op vandaag’, vertelt Viktor Ghysels. ‘Mijn vader, moeder en grootvader waren zeer nauw bij de ramp betrokken. Ik heb er sindsdien alles over verzameld. Van krantenknipsels en foto’s tot de dankbrief die mijn vader kreeg voor zijn hulp tijdens de redding van de slachtoffers.’

‘Het treinongeval deed zich voor op een mistige dag, rond 5uur in de ochtend, net buiten het station van Halle ter hoogte van de Vogelpers’, vertelt Viktor Ghysels. ‘Mijn vader woonde toen in de Vogelpers, mijn moeder in het seinhuisje aan de overzijde van de spoorweg. Op dat moment waren ze nog niet getrouwd. Die bewuste 17de april had Halle maar twee sporen, één richting Brussel en één richting Parijs. Ter hoogte van de Vogelpers was er wel een wissel om richting Edingen te rijden. Een goederentrein reed in de richting van Parijs en stak het andere spoor over om de wissel naar Edingen te nemen. Een posttrein reed richting Brussel. De machinist van de posttrein had door de mist een rood stoplicht niet gezien en reed in volle snelheid in op de goederentrein. De treinen waren toen nog uit hout gemaakt zodat er overal brokstukken lagen, tot op straat. De treinen vlogen vlak naast de huizen en lagen op een hoop op de sporen, metershoog. Omdat het om stoomtreinen ging, vatten de treinen ook vuur’, vertelt Viktor.


‘De meeste doden waren postmannen uit de eerste wagon van de posttrein. Mijn vader en mijn grootvader zijn onmiddellijk ter hulp gesneld. Ze waren in die tijd vrijwilligers bij de brandweer. Gelukkig hadden ze thuis een schrijnwerkerij met wat gereedschap om mensen van tussen de brokstukken te bevrijden. Omdat een gekanteld treinstel de weg blokkeerde, hadden de hulpdiensten de grootste moeite om tot bij de slachtoffers te geraken. Alles verliep langs de steile spoorwegberm aan de Vogelpers. In het seinhuisje van mijn moeder en in het station van Halle werden de doden en gewonden op dekens gelegd. Pas na enkele uren kwam er hulp vanuit Brussel’, vertelt Viktor Ghysels. ‘De pastoors van de omliggende parochies werden opgetrommeld om de laatste sacramenten toe te dienen. De brieven van de post lagen overal verspreid over de sporen. Alle Halse postbodes werden toen gemobiliseerd om de duizenden brieven op te rapen.’

Opmerkelijk is het lot van de machinist die het rode stopsein negeerde.

De machinist was slechts licht gekwest werd aangehouden in de kliniek. Hij werd onmiddellijk van Halle naar de kliniek van gevangenis te Vorst bij Brussel overgebracht.
Daar hij het stopsein negeerde lag alle schuld bij hem. Volgens het reglement van die tijd moest hij zijn snelheid aanpassen aan de zichtbaarheid om op tijd en stond te kunnen stoppen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Halle en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s