Anne de Bretagne (1477 – 1514)

Anna van Montfort (Nantes, 25 januari 1477 – Blois, 9 januari 1514) was hertogin van Bretagne vanaf 1488 tot aan haar dood, en koningin van Frankrijk, door haar huwelijken met twee opeenvolgende koningen, Karel VIII en Lodewijk XII.

Haar ouders waren Frans II van Montfort, hertog van Bretagne, en Margaretha van Foix. Als oudste dochter en erfgename van haar vader – de salische wet werd in Bretagne immers niet toegepast – kreeg Anna een zeer verfijnde opvoeding. Zij beheerste niet alleen Latijn, Grieks en Hebreeuws, maar was ook op artistiek vlak actief (muziek, dans, poëzie, borduurkunst en tapijtweven). Bovendien verdiepte zij zich in de rechten.

Haar vader, hertog Frans II, maakte deel uit van een verbond van edelen tegen de regentes van Frankrijk, Anna van Beaujeu, die regeerde in naam van de nog jeugdige Karel VIII. Toen de hertog in 1488 werd verslagen bij Saint-Aubin-du-Cormier, werd hij gedwongen het zgn. Verdrag van Verger te ondertekenen, waarbij Bretagne afstand deed van enkele van zijn soevereine rechten. Toen hij niet lang daarna ook overleed, stond zijn twaalfjarige dochtertje Anna plotseling voor een zware taak, die zij volgens tijdgenoten met verrassende maturiteit volbracht.

Als erfgename van het aantrekkelijke Bretagne ontbrak het haar dan ook niet aan huwelijkskandidaten. De eerste, Alain d’Albret, wees zij af. Van de na-ijver tussen Anna’s voogden maakte de regentes misbruik om het hertogdom te overrompelen. Toen sloot Anna van Bretagne op 22 juli 1489 een huwelijk met de handschoen met aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk. Nadat echter de afgewezen pretendent uit wrok hierover Bretagne aan de Fransen had overgeleverd, laaide de zgn. “guerre folle” (d.i. “dwaze oorlog”) weer op, en daarbij raakte hertogin Anna met haar raadslieden te Rennes ingesloten. Zij werd gedwongen tot overgave, op 15 november 1491), en tot een (2e) huwelijk met koning Karel VIII. Dit huwelijk werd ingezegend op 6 december 1491 in het kasteel van Langeais, en omdat haar vorige huwelijk met Maximiliaan nooit geconsumeerd was, had de kerkelijke overheid geen bezwaren gehad tegen het ontbinden ervan. De overeenkomst hield ook in dat Anna hertogin en soevereine vorstin van Bretagne mocht blijven, maar dat het hertogdom aan Frankrijk zou toekomen indien zij kinderloos zou overlijden; indien daarentegen de koning vóór haar zou overlijden, zou zij zich bereid verklaren om met zijn opvolger te trouwen…

Ondanks het geforceerde karakter van hun huwelijk, was het vreemd genoeg een en al harmonie tussen beide partners. Maar van de zes kinderen die geboren werden, overleefde geen enkel de leeftijd van vier jaar. Op 7 april 1498 vond een dramatische gebeurtenis plaats in het kasteel van Amboise. Anna van Bretagne had net haar jongste kind verloren en zat verdrietig te mijmeren. Om haar wat op te beuren kwam de koning haar ’s middags ophalen om naar een partijtje balspel te kijken (het populaire jeu de paume). Toen hij door een deuropening wilde stappen, beukte hij per ongeluk met het hoofd tegen de lage deurpost… Enkele uren later was Karel VIII dood. Hij was 28 jaar oud, en had 15 jaar geregeerd. Anna van Bretagne, weduwe op de leeftijd van 22 jaar, bleef twee dagen treuren, zonder praten, zonder voedsel, zonder bezoek. Op de derde dag vermande zij zich en organiseerde de uitvaart, waarop zij zwarte gewaden droeg, wat toen zeker niet de gewoonte was (wit was de rouwkleur van het hof). Karel VIII werd opgevolgd door Lodewijk XII.


Na het overlijden van haar gemaal stichtte de Koningin-weduwe de Orde van de Dames van de Knoop. De symboliek is niet duidelijk.

Zoals eerder afgesproken met Karel VIII, trad Anna van Bretagne op 8 januari 1499, enkele dagen vóór haar 23e verjaardag, in het huwelijk met zijn 36-jarige opvolger, die daarvoor inderhaast zijn eerste vrouw Johanna van Frankrijk moest verstoten, dit op grond van vermeende onvruchtbaarheid. Anne werd op die manier voor een tweede maal koningin van Frankrijk. Acht kinderen werden uit dit huwelijk geboren, waarvan slechts twee dochters overleefden: Claude en Renée. Lodewijk XII, die haar intelligentie en haar cultuur bewonderde, betrok haar bij zijn beleid en verleende haar grote vrijheid voor het bestuur van haar hertogdom. De beloften betreffende de verdere onafhankelijkheid van Bretagne kon zij echter, tot haar grote ergernis, niet doen naleven. Om haar dochtertje en erfgename Claude hetzelfde lot te besparen, bleef zij zich tot kort voor haar dood verzetten tegen een alliantie met Frans, graaf van Angoulême, de latere koning Frans I).

In 1512 kreeg zij onverwacht last van niersteen, waar zij twee jaren tegen vocht. In haar testament vertrouwde zij – tegen alle verwachtingen in – de hoede van haar dochters en het beheer van haar bezittingen toe aan Louise van Savoie, de moeder van Frans I. Op 2 januari 1514 kreeg zij een opnieuw een aanval – ditmaal erger dan alle vorige – die haar fataal zou worden.

Anna van Bretagne overleed een week later, op 9 januari, in het kasteel van Blois, in het volle besef dat zij het geplande huwelijk tussen Claude en Frans niet zou kunnen verhinderen. Claude van Frankrijk erfde na haar dood haar hertogdom, maar in 1532 zou Frans I de definitieve eenmaking van Bretagne met Frankrijk laten bekrachtigen door het Parlement van Vannes.


Achttien jaar na haar dood werd Bretagne aangehecht aan Frankrijk. Als Koningin van Frankrijk was Anne begraven te Saint-Denis, maar ze stond erop dat haar hart in Bretoense grond zou rusten.

Dit geschiedde.


In een gouden schrijn dat exact het hart omgaf werd haar hart naar Nantes gebracht, geëscorteerd door haar persoonlijke lijfwacht.

Op het schrijn staat volgende tekst :

« En ce petit vaisseau
De fin or pur et munde
Repose ung plus grand cueur
Que oncque dame eut au munde
Anne fut le nom delle
En France deux fois royne
Duchesse des Bretons
Royale et Souveraine.

Ce cueur fut si très hault
Que de la terre aux cyeuls
Sa vertu libérale
Accroissoit mieulx et mieulx
Mais Dieu en a reprins
Sa portion meilleure
Et ceste part terrestre
En grant deuil nous demeure. »

Aan de binnenkant staat volgende tekst :

« O cueur caste et pudicque
O juste et benoît cueur
Cueur magnanime et franc
de tout vice vainqueur.

Cueur digne entre tous
De couronne céleste
Ore est ton cler esprit
Hord de paine et moleste. »

Het konvooi kwam te Nantes aan op 13 maart. De relikwie werd geplaatst in de kartuizer kloosterkerk, op het graf van Arthur III, hertog en oudoom van Anne. Er werd gedurende zes dagen gebeden en erediensten gehouden.

Op 19 maart begeleidt een enorme stoet, bestaande uit 400 afgevaardigden van de burgers en de inwoners van Nantes, religieuze mannen en vrouwen van de stad samen met een delegatie van 100 armen, het hart naar zijn laatste rustplaats.

De kanselier van Bretagne draagt de kist met het hart van zijn Hertogin naar de Karmelietenkerk. Hier wordt de mis gevierd door de aartsbisschop van Dol.

Het hart van de Hertogin en Koningin werd geplaatst tussen de schrijnen van François II en Marguerite de Foix, Anne’s ouders in de prachtig graf dat ze voor hen had laten bouwen in de crypte.


Het hart van Anne zal niet voor eeuwig in Nantes blijven. Tijdens de revolutie werd het graf opengebroken en werd de reliek naar het burgerlijk bestuur verstuurd om te laten smelten.
Het gouden schrijn wordt echter niet gesmolten, maar verdwijnt. Enkele jaren later duikt het opnieuw op maar leeg.

Vandaag de dag kan men het prachtige graf van François II en Marguerite de Foix nog steeds bewonderen in de kathedraal van Nantes. Het gouden schrijn kan worden bewonderd in het museum Dobree van de stad.


Tri Yann brengen een eerbetoon aan de laatste Hertogin van een onafhankelijk Bretagne met een anoniem gedicht geschreven ter gelegenheid van haar begrafenis.

Si les matins de grisaille se teintent
S’ils ont couleur en la nuit qui s’éteint
Viendront d’opales lendemains
Reviendront des siècles d’or
Cent fois mille et mille aurores encore.

refrein :

Si mort a mors Duchesse Noble Dame
S’il n’en sera plus que poudre de corps
Dorme son coeur bordé d’or
Reviendront les siècles d’or
Cent fois mille et mille aurores encore.

Si moribonds sont les rois en ripaille
Si leurs prisons sont des cages sans fond
Vienne l’heure des évasions
Reviennent des siècles d’or
Cent fois mille et mille aurores encore.

Si mille soleils de métal prennent voile
Dix mille soleils de cristal font merveille
Viennent des lueurs de vermeil
Reviennent des siècles d’or
Cent fois mille et mille aurores encore.

Si mille brigands à l’encan font partage
Dix mille enfants des torrents font argent
Viennent des fleurs de safran
Reviennent des siècles d’or
Cent fois mille et mille aurores encore.


La Reine aux Sabots

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s