Geronimo (1829-17 februari 1909)


De Film

De jonge luitenant Britton Davis is de off-screen verteller van de film. Hij wordt opgevorderd door Lt. Charles Gatewood om deel te nemen aan onderhandelingen die moeten leiden tot de overgave van het beruchte Chiricahua-opperhoofd Goyatlay, beter bekend onder zijn Mexicaanse naam Geronimo.

De eerste kennismaking wordt gefilmd vanuit zijn standpunt.

Gatewood en Geronimo moeten op weg naar het fort een bloeddorstige burgermilitie uit Tucson afslaan, die de Apache wil hangen. Dit lukt zonder bloedvergieten. 500 Chiricahua worden gedeporteerd naar het dorre Turkey Creek, dat eigenlijk niet geschikt is voor landbouw. Wanneer het leger een medicijnman wil arresteren, loopt dat door het onbegrip en de botheid van de soldaten uit op een schietpartij. Geronimo breekt uit en verdwijnt naar Mexico.


Wes Studi

Hier voeren zijn krijgers onophoudelijk overvallen uit op mijnwerkers en postkoetsen. Het leger onder leiding van generaal Crook, gesteund door Apache-verkenners, steekt de grens met Mexico over. Crook en Geronimo starten onderhandelingen. Die worden gefotografeerd: de enige keer dat Indianen in oorlogstijd ooit op foto werden vastgelegd!

De originele foto is genomen op 25 maart 1886. Verbazingwekkend is de welwillende bereidheid waarmee de Chiricahua poseerden, net of zij beseften dat zij de laatste overblijvenden waren van een tijdperk dat op het punt stond voorgoed te verdwijnen.

Geronimo geeft zich over, maar het vertrouwen in Crook is weg. Onderweg verdwijnt hij weer, ditmaal met een kleine groep volgelingen. Crook krijgt een berisping van het Ministerie van Oorlog en neemt onmiddellijk ontslag – generaals, die de Indianen als mensen beschouwden, konden zowel bij de legertop als bij de regering op bitter weinig sympathie rekenen. Hij wordt vervangen door brigade-generaal Nelson Miles. Deze wil werken zonder Apache-verkenners en voert de effectieven van het leger gevoelig op. Uiteindelijk maken 5000 soldaten jacht op slechts 35 Apaches!

Ondanks die meer dan honderdvoudige overmacht slaagt de cavalerie er niet in de Chiricahua op te sporen. In tegendeel, de blanken zijn niet opgewassen tegen hun ongrijpbare en listige tegenstanders en de verliezen lopen op. Vijf maanden duurt dit kat-en-muis-spelletje. In heel de VS volgt het publiek de ‘opstand’ met gespannen zenuwen.

Bij gebrek aan resultaat wordt opnieuws Lt. Gatewood ingeschakeld. Alleen vergezeld door Al Sieber, Britton Davis en een Chiricahua-scout zoekt Gatewood het groepje van Geronimo op. Deze geeft zich op 4 september 1886 definitief over aan Miles.

De afdeling Apache-verkenners, die het leger zo trouw heeft gediend, wordt smadelijk ontwapend en opgedoekt. De Mescalero en andere Apache moeten naar hun reservaat; de Chiricahua-scouts worden naar Florida gedeporteerd met dezelfde trein die hun stamgenoten wegvoert. Verontwaardigd over de behandeling van Gatewood en de scouts neemt de volkomen gedesillusioneerde Britton Davis ontslag. “Ik haat idealisten”, zegt Miles hem. “Ik schaam me”, antwoordt Davis.

De film eindigt met het beeld van de deportatietrein, die langzaam naar de horizon wegpuft. Met hem verdwijnen de laatste vrije Indianen van de VS. Het einde van een tijdperk.



De foto toont een groepje Apache in de berm voor een trein. Derde van rechts is Geronimo, een kleine, oudere man met losse halflange haren, een gebloemd hemd en cowboy-laarzen (die hij net voor hij op de trein stapte met een blanke souvenirjager heeft geruild voor zijn eigen mocassins). De foto is genomen door A.J. McDonald tijdens een korte halte langs de Southern Pacific Railroad, in 1886, vlak na het ogenblik waarop de film eindigde.

Deze film is een zeer goeie reconstructie van wat er gebeurde. Het beeld van Geronimo is veel positiever en historisch correcter dan in de traditionele Amerikaanse bronnen, waarin hij steeds werd afgeschilderd als de vleesgeworden duivel. Dit beeld ging terug op de berichten in de sensatiekranten ca. 1880.

De geschiedenis

Geronimo, wiens Apache-naam Goyatlay (‘Hij die geeuwt’) luidde, was een in 1825 geboren Bedonkohe-Apache. Volgens zijn memoires was de gebeurtenis die zijn hele leven zou bepalen, de moord op zijn moeder, zijn vrouw en zijn drie kinderen door Mexicaanse soldaten. Deze in 1858 gepleegde misdaad vormde de aanleiding voor een nooit eindigende veldtocht om wraak, waarin hij de dorpen ten zuiden van de grens beroofde en uitmoordde. De enige keer dat hij hierbij door een vijand gevangen genomen werd, vond plaats in 1877 toen John Clum, de agent van het San Carlos Reservation, hem overrompelde en in ketens geboeid naar het reservaat liet brengen.

De situatie in het reservaat was ondraaglijk. Bij de hitte, de insecten, de pesterijen van de ambtenaren en de onenigheid tussen de verschillende Apache-groepen, die hier waren samengebracht, kwamen nog de duistere praktijken van de nieuwe agent, die de regering met geld, en de indianen met hun rantsoenen bedroog. Geronimo verbleef er maar kort; hij brak uit en vluchtte naar Mexico. Weliswaar keerde hij 1880 vrijwillig terug, maar in het voorjaar van 1881 vertrok hij met 70 aanhangers weer naar Mexico, nadat soldaten in Cibecue in het wilde weg waren gaan schieten vanwege een, in hun ogen, gevaarlijk ritueel.


In 1883 kreeg George Crook de opdracht om de voortvluchtige Chiricahua te arresteren. Gesteund door 200 Apache-verkenners lukte het Crooks troepen door te dringen in het gebied waarheen de Chiricahua waren gevlucht. Geronimo gaf zich tijdens de onderhandelingen over en keerde in maart 1884 terug naar San Carlos, waar de Chiricahua onder toezicht van het leger werden gesteld. Dit aanvankelijk succesvolle idee leidde tot onenigheid met de civiele ambtenaren van het reservaat, die hun autoriteit bedreigd zagen.

De spanningen in Turkey Creek liepen op. De regering had twee essentiële Apachegebruiken verboden: het brouwen en drinken van tiswin en het slaan van vrouwen. In mei 1885 explodeerde de situatie. Enkele chiefs werden dronken en daagden de kampleiding (Davis) uit hen in het cachot te zetten. Geronimo was ter ore gekomen dat zijn aanwezigheid olie op het vuur gooide en dat Davis hem daarom wilde ophangen. Hij vertrok met 145 volgelingen, waaronder Naiche, zoon van Cochise

Crook zette met 3.000 man de achtervolging in. Toen hij Geronimo na lange tijd eindelijk te pakken had, beloofde de rebel dat hij zich direct zou overgeven. Maar hij verdween nog dezelfde nacht. Hij werd vergezeld door slechts 20 krijgers en evenveel vrouwen en kinderen. Crook werd vanwege zijn onvoorzichtigheid officieel berispt en vroeg beledigd om ontheffing van zijn commando.

De kranten bleven verhalen koppen over de wreedheden van Geronimo’s groep: ‘Geronimo and His Band of Murderous Braves still at Large’; ‘Blood of Innocent Victims Crying to Heaven for Vengeance.’

Op hun weg naar Mexico hadden de Apachen zeventien blanken gedood en verminkt. De verhalen werden aangedikt en het gerucht ging dat Geronimo baby’s omhoog gooide en met zijn mes opving. ‘Wredere figuren bestaan er niet,” schreef een journalist over Geronimo. “Zijn neus is zwaar en groot, het voorhoofd laag en gerimpeld, de kin vol en sterk, de ogen zijn als twee stukjes zwart lavaglas waarachter licht gloeit. De mond is het meest opmerkelijk – een scherpe, rechte dunlippige snee, lang en zonder verzachtende golven.’

In die laatste jaren doodde Geronimo boeren en settlers voornamelijk omdat hij munitie, voedsel en paarden nodig had, en dit de gemakkelijkste manier was om het te krijgen. Maar de Chiricahua raakten uitgeput van het leven ‘op de vlucht’. Chief Nana, 80 jaar en deels verlamd, gaf het op en keerde terug naar het reservaat. In maart gaf ook Geronimo zich over. Hij spuide al zijn grieven tegen Crook. ‘Ik denk dat ik een goed mens ben’, vertelde hij Crook, ‘maar in de kranten wordt ik als slecht afgeschilderd. Het is slecht om dat van mij te zeggen. Ik doe niemand zonder reden kwaad…Er is een god die op ons neerkijkt. We zijn allemaal kinderen van één god. God luistert naar mij. De zon, het duister, de wind, allemaal luisteren ze naar wat wij nu zeggen.’

Crook bleef onbewogen. ‘Je moet zelf beslissen of je op het oorlogspad wilt blijven of dat je je onvoorwaardelijk overgeeft. Als je weer vertrekt, blijf ik je volgen en vermoord ik de laatste Chiricahua, al duurt het vijftig jaar.’ De volgende ochtend schudden beiden in mildere stemming elkaar de hand. Geronimo zei: ‘Doe met me wat u wilt. Ik geef me over. Eens vloog ik als de wind. Nu geef ik me over en dat is alles.’

Maar het was niet alles. Crook zette koers richting Fort Bowie. Een luitenant zou later volgen met de nog steeds bewapende Apachen. ’s Avonds vertelde een bootlegger die indianen whisky verkocht, dat Geronimo zou worden opgehangen zodra hij de grens overstak.

Geronimo vluchtte opnieuw. Uitgeput en gefrustreerd door zijn inspanningen en vol kritiek op Washington, nam Crook ontslag. Hij werd vervangen door Nelson ‘bearcoat’ Miles, een eerzuchtige generaal met presidentiële aspiraties. Hij had zijn sporen verdiend in de strijd tegen de Sioux en de Nez Percé. Maar na vijf maanden had Miles nog steeds geen succes geboekt.


Voor de Indianen was de grootste straf dat ze hun familie niet konden ontmoeten. Toen ze eind augustus 1886 de wens daartoe uitspraken, hoorden ze van een luitenant, Charles Gatewood, dat al hun familie was gedeporteerd naar Florida. Verbijsterd accepteerde Geronimo op 4 september 1886 een ontmoeting met Miles in Skeleton Canyon. ‘Dit is de vierde keer dat ik mij overgeef, en ik denk dat het de laatste keer is’, zei hij.

Samen met de vluchtelingen werden alle Chiricahua uit het reservaat naar Florida gedeporteerd terwijl Geronimo en Naiche ondanks vroegere afspraken van hun gezinnen werden gescheiden. (President Grover Cleveland eiste dat Geronimo opgehangen werd, onder invloed van de tendentieuze berichten in de sensatiekranten over indiaanse wreedheden, maar daarop werd, gelukkig voor de toch al bedenkelijke reputatie van de VS, niet ingegaan.)

In Fort Marion, waar plaats was voor maximaal 75 mensen, arriveerde er bijna 500. Ruim 100 stierven onder de ondraaglijke omstandigheden. In 1894 werden de overlevenden naar Oklahoma gebracht, naar Fort Sill, waar ze een nieuw leven trachtten op te bouwen. De zeventig jaar oude Geronimo werkte als boer, maar gebruikte zijn populariteit als bron van inkomsten door souvenirs te maken en zijn handtekening te verkopen.

Geronimo en Miles hadden elkaar nog een keer ontmoet, op de Omaha Exposition in 1898, waar Geronimo tentoongesteld werd. Trillend van woede eiste de krijger dat Miles verantwoording nam voor zijn leugen. in Skeleton Canyon. Geronimo smeekte: ‘Ik ben nu twaalf jaar weg uit Arizona. De eikels en pijnappels, de kwartel en de wilde kalkoen, de reuzencactus en de pelo verdes – ze missen me. Ze vragen zich af waar ik ben gebleven. Ze willen dat ik terugkom.’ ‘Een hele mooie gedachte, Geronimo’, antwoordde Miles. ‘Heel poëtisch, maar de mannen en vrouwen in Arizona missen je niet…de eikels en pijnappels, de kwartel en wilde kalkoen, de reuzencactus en de pelo verdebomen – ze zullen zich zonder jou moeten redden.’

Fort Sill

In 1894 werd Geronimo van Florida overgebracht naar Fort Sill in Oklahoma, waar hij zich beperkte tot ongevaarlijke bezigheden als het verkopen van ansichtkaarten van zichzelf in zijn gloriedagen. Nog later werd hij een curiositeit, een herinnering aan voorgoed verdwenen romantiek. In 1905 reed hij mee in het inhuldigingsdéfilé van president Theodore Roosevelt. Bij hem bepleitte Geronimo zijn terugkeer naar Arizona, zonder succes.


Geronimo’s angst dat zijn volk zou uitsterven, was terecht. Destijds waren er meer dan 1.200 Chiricahua. Tegen de tijd dat ze werden vrijgelaten waren er nog 265 over. Volgens zijn naasten speet het Geronimo dat hij zich aan Miles had overgegeven en dat hij niet tot aan de laatste man het had uitgevochten in de Sierra Madre.


In 1905 dicteerde hij, nog altijd als krijgsgevangene, zijn levensverhaal. Zijn neef Daklugi, die het voor hem vertaalde, vertelde later dat het Geronimo altijd heeft gespeten dat hij zich heeft overgegeven. In 1909 bleef de hoogbejaarde Geronimo op een koude nacht dronken buiten liggen en stierf de dag daarop in een militair hospitaal aan een longontsteking.

Op zijn sterfbed somde Geronimo de namen op van zijn krijgers. Hij werd begraven op het Apache kerkhof van Fort Sill, temidden van 300 Chiricahua.


1905 Inauguratie Pressident Rooseveldt. Zes Indiaanse Chefs trekken mee op : vlnr : Buckskin Charlie, Ute; American Horse, Oglala Sioux; Quanah Parker, Comanche; Geronimo, Chiricahua Apache; Hollow Horn Bear, Brule Sioux. Little Plume, Piegan, staat niet op de foto.

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Film, Indianen en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Geronimo (1829-17 februari 1909)

  1. paul de klein zegt:

    Ik ben bij het graf van Geronimo geweest, dat was altijd een wens van mij en deze is uitgekomen. Het was voor mij erg indrukwekkend.Maar naar mijn mening, moet Geronimo bij zijn vrouw en kinderen begraven worden, en niet op een militairebasis. We zijn bij fort Bowie geweest, daar ligt een zoon begraven.Hier heb ik foto’s van gemaakt.

  2. cees cornwall zegt:

    Was altijd al een wens van mij om eens wat meer over deze verguiste en uitgemoorde helden te zien, het zijn prachtige natuur mensen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s