Marie Besnard – la « Bonne Dame de Loudun »

Marie Besnard (15 augustus 1896 – 14 februari1980), bijgenaamd “La bonne dame de Loudun” was een imposante vrouw met een meisjesachtige stem. Zij werd ervan verdacht een seriemoordenaar te zijn. Zij blijft voor altijd een van de raadsels van het Franse gerecht in de twintigste eeuw.

Op 21 juli 1949 wordt Marie Besnard, met haar meisjesnaam Marie Josephine Philippine Davaillaud, ervan beschuldigd twaalf mensen te hebben vergiftigd, waaronder haar eigen man.

Het verhaal speelt zich af in het stadje Loudun (8000 inwoners ten tijde van de feiten), en was voornamelijk gebaseerd op “geruchten”.

Na drie processen, die allen samen ongeveer 10 jaren in beslag namen werd Marie Besnard uiteindelijk vrijgesproken door het Hof van Assisen van de Gironde op 12 december 1961.

De hele zaak begint met de dood van Leon Besnard, op 25 oktober 1947 in Loudon. Zij overlijden werd toegeschreven aan een aanval van uremie.

Een paar dagen na de begrafenis vertelt mevrouw Pintou, vriend en huurder van het echtpaar Besnard, aan een vriend dat Leon Besnard, voordat hij stierf haar had gezegd “dat zijn vrouw hem soep had geserveerd in een bord waar al vloeistof was”. Deze getuigenis werd ter kennis gebracht van de politie. Algauw beval een magistraat dat het lichaam van Leon Besnard zou worden opgegraven. We zijn 11 Mei 1949.


De monsters worden opgestuurd naar een patholoog-anatoom in Marseille, Dr Béroud. Die ontdekt in de ingewanden van Leon Besnard 19,45 mg zuivere arsenicum.

Het politieonderzoek, met name na een inbraak bij mevrouw Pintou, en de getuigenis van vele mensen in Loudun over de “geruchten”, vestigden de aandacht van de rechters op de vele sterfgevallen in de entourage van Marie Besnard, nl.:

Auguste Antigny (Gestorven 1927) , eerste echtgenoot van Marie Besnard, dood door tuberculose : in zijn opgegraven overblijfselen, werd 60 mg arsenicum gevonden

Marie Lecomte (gest. 1938), geboren Labreche (86 jaar), groot-tante door het huwelijk van Marie Besnard. In haar overblijfselen werd 35 mg arsenicum gevonden

Toussaint Rivet (gest 1939) (64), vriend van het paar Besnard. Gestorven aan Tuberculose. In zijn overblijfselen ontdekt men 18 mg arsenicum;

Pierre Davaillaud (gest 1940) (78 jaar), de vader van Marie Besnard, officieel overleden aan een beroerte. Zijn overblijfselen bevatten 36 milligram arsenicum;

Louise Gouin (gest 1940) geboren Labreche (92 jaar), grootmoeder van Leon Besnard. De zeer kleine hoeveelheid arsenicum opgestapeld in de ingewanden sluit haar dood uit van de lijst van slachtoffers;

Marcellin Besnard (gest 1940) (78 jaar), vader van Léon, stiefvader van Marie Besnard. Zijn overblijfselen bevatten 48 mg van arsenicum;

Marie-Louise Besnard, (gest 1941) geboren Gouin (68 jaar), stiefmoeder van Marie Besnard. Haar overblijfselen bevatten 60 mg van arsenicum;

Lucie Besnard (weduwe Bodin) (gest 1941) (45), zuster van Leon Besnard, opgehangen gevonden bij haar. Haar overblijfselen bevatten 30 mg van arsenicum;

Blanche Rivet (gest.1945) geboren Lebeau (49), weduwe van Toussaint Rivet, officieel overleden aan aortitis. Haar overblijfselen bevatten 30 mg van arsenicum;

Pauline Bodineau (gest 1945) geboren Lalleron (88 jaar) een neef van Besnard León. Zijn overblijfselen bevatten 48 mg van arsenicum;

Virginie Lalleron (gest 1945), de zus van Pauline (83 jaar). Haar overblijfselen bevatten 20 mg van arsenicum;

Marie-Louise Davaillaud (gest 1945), geboren Antigny (71 jaar), moeder van Marie Besnard. Haar overblijfselen bevatten 48 mg van arsenicum.

En uiteindelijk Leon Besnard (gestorven 25 oktober 1947 in Loudon. Zijn overlijden werd zoals gezegd toegeschreven aan een aanval van uremie

Het mobiel is duidelijk : Marie Besnard heeft van iedereen geërfd (direct of indirect).

Er wordt gezegd dat Marie Besnard ook een bijzonder intieme relatie had met een voormalige Duitse gevangene, Alfred Dietz, (“Aldi”) die als stalhouder tijdens de oorlog voor de Besnards werkte.

Al deze elementen leidden naar de beschuldiging van moord door vergiftiging, met de verzwarende omstandigheid van de vadermoord en moedermoord.

In 1952, begint het eerste proces in Poitiers, maar al snel wordt dit een controverse onder toxicologen, met fouten in de monsters uit de skeletten en grondige twijfel over de deskundige.

De geldigheid van de methode van Marsh gebruikt om de aanwezigheid van arsenicum te bepalen werd ook becritiseerd, vooral omdat deze methode van analyse nog dateerde uit 1860.

De rechter eiste een nieuwe opgraving van de elf nieuwe lijken, omdat men beweerde dat de arsenicum afkomstig was van een krachtig herbicide dat werd gebruikt door de kerkhofopzichter die groenten kweekte “tussen de graven”.

De deskundige – die gekrenkt was in zijn eer – had geen kans tegen de zeer welbespraakte advokaten van Bresnard.

Er komt ook een psychiatrisch onderzoek : Marie Besnard werd beschreven als “abnormaal normaal” door de psychiatrie.

Er kwam een tweede proces in Bordeaux op 15 maart 1954. De nieuwe expertise, in tegenstelling tot die van 1949, gaf een onduidelijk resultaat aan en Marie Besnard kan worden vrijgelaten op borg.

Haar huis werd samen met haar bezittingen in beslag genomen. Zo zal ze de voorgestelde borgtocht om voorwaardelijke vrijlating niet kunnen betalen. Heel Frankrijk is in de ban van dit Proces en Charles Trenet (de zanger) stelt voor om de borgtocht te betalen (1.200.000 Franse Francs). Marie weigert en blijft in de gevangenis. Toch zal ze even later vrijkomen omdat haar vrienden toch de gevraagde som hebben bijeengeschraapt.

Op 20 april 1954 werd een derde keer opgraving geëist door de rechters. Frederic Joliot-Curie gebruikte voor de nieuwe bepaling de methode Griffon (met nucleaire activering). Deze meer betrouwbare methode kon aantonen dat er geen arsenicum zat in de skeletten.


Er komt nog een derde proces dat eindigde met de vrijspraak van Marie Besnard op 12 december 1961.

Haar calvarieweg had 12 jaren geduurd. Ze had alles verloren, niemand heeft haar schadeloos gesteld. Mme Pintou was onvermogend.

Marie Besnard overleed uiteindelijk op 14 februari 1980 te Loudon.


De telefilm met Muriel Robin is een prachtige reconstructie van deze hele geschiedenis met een glansrol voor Muriel Robin die de Emmy Award kreed voor beste vrouwelijke hoofdrol (2006)
Opgemerkte rol is deze van Annie Grégorio als Mme Pinson (de Postmeester Pintou) die de zaak aan het rollen, bracht (de verklikster)

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Crime, Film en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s