Rachel Plummer (1819 – 1839)

Op 19 februari 1838 werd de in gevangenschap levende Rachel Plummer eindelijk herenigd met haar famile. Ze was meer dan een jaar lang de gevangene geweest van de Comanches.

Ze werd geboren als Rachel Parker in Illinois in 1819. Ze verhuisde naar Texas met haar vader, James W. Parker, en haar familie en trouwde er in 1833 met Luther Plummer.


In mei 1836 werd hun nederzetting (Fort Parker) aangevallen door een grote groep Indianan. Vijf kolonisten werden gevangen genomen: Rachel en haar zoontje James Pratt Plummer (twee jaar oud), Cynthia Ann en John Parker, en mevrouw Elizabeth Kellogg.

James Pratt werd weggenomen van Rachel. Ze zou hem nooit meer terugzien. Rachel werd de slaaf van de Comanches, en reisde duizenden mijlen met de groep. Ze was zwanger op het moment dat ze werd gevangen en baarde een tweede zoon omstreeks oktober 1836. De Indianen vonden dat de baby het werk van Rachel zou bemoeilijken, dus werd de baby gedood toen hij ongeveer zes weken oud was.

Rachel werd uiteindelijk vrijgekocht door Mexicaanse handelaars (Comancheros) ten noorden van Santa Fe in juni 1837. Enkele maanden later bracht Rachel’s zwager haar terug naar Texas, waar ze werd herenigd met haar man.

In 1838 publiceerde ze een relaas van haar gevangenschap : Rachael Plummers Verhaal van een en twintig maanden gevangenschap en slavernij als gevangene van de Commanche”.

Dit was het eerste verhaal over een gevangene van de Indianen gepubliceerd in Texas. Rachel kreeg nog een derde kind in 1839. Ze stierf in Houston kort daarna, het kind overleed twee dagen later.

Fort Parker werd aangevallen op 19 Mei 1836 door een grote groep Indianen, voornamelijk Comanches.

Vijf bewoners van het fort werden vermoord, een gewond, en vijf anderen werden als gevangenen meegevoerd: Rachel en James Pratt Plummer, Cynthia Ann en John Parker, en mevrouw Elizabeth Kellogg.

Cynthia Ann en John Parker waren Rachels nicht en neef, Kellogg en Elizabeth waren haar tantes. Kort na hun ontvoering werden de gevangenen van elkaar gescheiden.

Mevrouw Kellogg werd meegenomen door een groep van Kichai Indianen, en John en Cynthia Ann werden meegenomen door een groep Comanches.

Wanneer de Comanches vernamen dat James Pratt gespeend was werd hij van Rachel weggehaald. Ze zou hem nooit terugzien.

Rachel, die de slaaf van de Comanches werd, werd geslagen, verbrand en beroofd van haar kledij. Om de haar opgedragen taken uit te voeren moest ze vaak de hele dag en een stuk van de nacht werken. De Comanchegroep bleef nooit langer dan drie of vier dagen op eenzelfde plaats, behalve bij extreem koud weer. Rachel reisde duizenden mijlen mee met de Comanches langs de bovenloop van de Arkansas River naar de Wichita Mountains. Ze werd een en twintig maanden vastgehouden.

De Comanches die ten noorden van Santa Fe kampeerden werden in 1837 benaderd door Mexicaanse handelaars die losgeld wilden betalen voor Rachel. Ze werd aan hen verkocht op 19 juni 1837.

Haar redding was georganiseerd door Kolonel en mevrouw William Donaho, aan wie ze werd afgeleverd in Santa Fe na een reis van zeventien dagen.

Enkele weken na haar aankomst vreesden de Donaho’s problemen met de Mexicanen. Ze vluchtten naar Independence, Missouri, op ongeveer 800 mijl daar vandaan, met Rachel erbij. Enkele maanden later bracht haar schoonbroer, Lorenzo D. Nixon, haar terug naar Texas, waar ze werd herenigd met haar man op 19-2-1838.

Ze was uitgehongerd, bedekt met littekens, en in zeer slechte gezondheid.

Ze schreef uiteindelijk het relaas van haar gevangenschap: “Rachael Plummer’s Narrative of Twenty One Months Servitude as a Prisoner Among the Commanche Indians”. Dit werd uitgegeven in Houston, Texas, in 1838.


In 1844 publiceerde James W. Parker een herziene editie als bijlage aan zijn relaas “Narrative of the Perilous Adventures, Miraculous Escapes and Sufferings of Rev. James W. Parker”

Rachel baarde nog een derde kind op 4 januari 1839, en stierf in Houston kort daarna op 19 maart 1839. Het kind overleed twee dagen later.

James Pratt Plummer, Rachel’s zoon die op zes weken van haar werd weggenomen, werd eind 1842 vrijgekocht, en in 1843 herenigd met zijn familie. Hij trouwde twee keer en kreeg vier kinderen. Tijdens zijn dienst in de Zuidelijke leger stierf hij op 17 november 1862 te Little Rock, Arkansas, van een longontsteking veroorzaakt door tyfus.


The Narrative

Dit relaas een in nogal rudimentaire taal geschreven maar is ondanks alles zeer pakkend.

In haar relaas schreef Rachel Plummer : “de ene minuut in de velden aan de voorzijde van het Fort (Parker) was alles rustig en het volgende moment waren er meer Indianen dan ik voor mogelijk had gehouden”

Terwijl de Parkers besproken wat te doen kwam een van de Indianen naar het fort toe met een witte vlag. Niemand geloofde de vlag echt was, maar Benjamin Parker dacht dat dit de mogelijkheid bood aan de familie om te ontsnappen. Hij kreeg de steun van zijn vader om een gewaagde gok te proberen, en ging naar buiten om te proberen tijd te kopen voor de familie om te ontsnappen, wat de meesten ook deden. Slechts vijf vrouwen en kinderen werden uiteindelijk gevangen genomen.

Benjamin Parker werd met speren doorboord. Rachel vluchtte met haar zoontje maar werd door ruiters bijgehaald. Ze was getuige van de marteling van en moord op haar grootvader en de verkrachting van haar grootmoeder.

Haar nicht Cynthia Ann Parker en neef John Richard Parker werden ook gevangen weggevoerd. Die nacht hield de bende een rituele scalpdans, en ze verkrachtten vervolgens de twee vrouwen. Rachel Plummer heeft nooit rechtstreeks het onderwerp van de verkrachting in haar boek aangehaald, behalve om droogjes op te merken dat iedereen die zei dat “een echte vrouw sterft voordat ze geschonden werd” nooit gedwongen is geweest om naakt, vastgebonden met een touw aan een paard voor een dag of twee in de zon verder te marcheren”

Rachel Plummer’s boek wordt beschouwd als een waardevolle blik in de cultuur en de mentaliteit van de Comanche. Ze vertelt niet alleen over haar gevoelens in gevangenschap, maar ze beschrijft gedetailleerd het leven en, zoveel ze kon, de mentaliteit van de Comanche.

Ze beschijft nauwkeurig de rol van de mannen, de vrouwen, de kinderen en de slaven in deze primitieve samenleving.


Rachel beschrijft ook hoe zes weken na de geboorte van haar gezonde zoon, de krijgers besloten dat zij te veel vertraagd werd in haar werk door de kinderopvang. Ze gooiden haar zoon hardhandig op de grond. Toen hij gestopt was met bewegen moest zij hem begraven.
Terwijl ze hem vasthield, zag ze dat hij nog leefde. Zij waste het bloed van zijn gezicht en hij begon opnieuw te ademen. Toen de Indianen ontdekten dat hij nog in leven was, rukten ze hem uit haar armen en bonden een touw om zijn nek. Een van hen bond de baby aan zijn paard en sleepte het lichaam rond het kamp. Daarna gooiden ze wat over was van de baby in de schoot van Rachel. Ze begroef haar zoon.

Zij woonde o.m. een gigantische bijeenkomst bij van alle divisies en groepen van de Comanche, hun bondgenoten de Kiowa en de Kiowa Apache. Er waren duizenden Indianen aanwezig, en Rachel Plummer schreef ze nog nooit zoveel mensen bij elkaar had gezien en dat ze nooit had gedacht dat er zo veel Indianen bestonden.

Ironisch genoeg verbeterde Rachel’s lot aanzienlijk een paar maanden voor haar vrijkoping.

De vrouwen die belast waren met het toezicht op haar sloegen haar regelmatig. Op een dag ging Rachel echter door het lint en sloeg hevig in op de jongste van de twee vrouwen aan wie ze als slaaf was toegewezen. Ze verwachtte ” elke seconde dat ik een speer in de rug zou krijgen” maar de in plaats daarvan leken de krijgers geamuseerd, en verzamelde zich een hele bende om te kijken hoe we vochten”

Ze was zo woedend geworden dat ze de jonge vrouw bijna dood sloeg.

Als het gevecht voorbij was, was Rachel verbaasd dat niemand de jonge Comanche vrouw hielp, en het was uiteindelijk zijzelf die haar uiteindelijk naar de tent hielp en haar wonden verzorgde

Dit deed echter niks af aan de woede van de oudere vrouw die probeerde Rachel levend te verbranden. Toen kwam echter de stamraad tussen: Rachel werd bevolen de tent te herstellen die tijdens de gevechten gedeeltelijk werd vernield. Rachel weigerde bot en zei dat ze dat alleen wilde doen als de twee vrouwen werden verplicht mee te helpen.

Rachel schrijft dat ze zeer verbaasd was dat de Raad haar als gelijke behandelde. De twee vrouwen werden bevolen haar mee te helpen de tent te herstellen.

Rachel was met stomheid geslagen. Later begreep ze dat de Indianen in haar woede een kwaliteit hadden gezien.

Later zou een van de hoofden van de groep haar vertellen :

‘Je bent dapper als je vecht. Je bent geïnspireerd door de Grote Geest. Indianen hebben geen medelijden met een gevallen vijand. Je had het recht om haar te doden. Uw nobele geest verbood het je. Wij respecteren dat”

Plummer’s lot verbeterde zienderogen. In haar boek schreef ze : “Zij respecteren moed. Ik wou dat ik dat eerder had geweten. Daarna kwam ik op voor mezelf, en ik werd er beter van.”


James Parker

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Boek, Indianen, Wild West en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s