Bernardo Provenzano, de ‘capo dei capi’

„Binnu u tratturi”, “Bernard de tractor” noemden zijn vrienden hem, vanwege zijn vastberadenheid en de manier waarop hij tegenstanders neermaaide. Tientallen moorden heeft hij op zijn geweten. Liquidaties van maffiose rivalen, aanslagen in steden om angst te zaaien, moorden op journalisten en op de beroemde antimaffiarechters Falcone en Borsellino in 1992.

Bernardo Provenzano (73), de meest gezochte maffiabaas van Italië werd op 11 april 2006 gearresteerd. De capo dei capi (baas der bazen) van een miljardenorganisatie die ook politici controleert, was uien aan het snijden voor zijn middagmaal toen een herder hem schone kleren en ondergoed kwam brengen in zijn Spartaans ingerichte stal. Op het moment dat hij de deur opende, grepen vijftig zwaarbewapende politiemannen in. De man die 43 jaar lang voortvluchtig was en om die reden de bijnaam „het fantoom” droeg, werd in de boeien geslagen.

De meest recente foto van Provenzano, waarover de politie beschikte, dateerde uit 1963. De laatste keer dat Provenzano in het openbaar verscheen was in 1963, vlak voor de Italiaanse rechtbank hem wegens moord veroordeelde. De laatste foto’s stammen zelfs uit de jaren vijftig. De geheime dienst bewerkte een foto met de computer om te weten hoe Provenzano er tegenwoordig uit zou zien.

Nu zagen de agenten hem in levenden lijve. Een oud boertje, met een bril aan een touwtje en een spijkerjas. In huis een penetrante geur van schapen. In zijn bed een houten rozenkrans en een bijbel die nog open lag op het evangelie van Lucas hoofdstuk 6 vers 44-46: „Een goed mens brengt uit de schat van goedheid in zijn hart het goede tevoorschijn, maar een slechte uit zijn schat van slechtheid het slechte.”

Meer dan dertig jaar stond hij aan de leiding van de Sicliaanse Cosa Nostra, een van de machtigste criminele organisaties ter wereld. Om de macht in de Siciliaanse maffia te grijpen verklaarden de „onderknuppels” uit het dorp Corleone de oorlog aan de grote maffiabazen in Palermo. In 1969 vermoordden ze de oude maffiaboss Michele Cavataio. Dat was het begin van de suprematie van de clan van de Corleonesi met Liciano Liggio, Totò Riina en Bernardo Provenzano. Na de arrestatie van Liggio waren Riina en Provenzano de absolute leiders.


Terwijl Riina in de jaren tachtig de oorlog van de maffia tegen de staat aanstuurde, verzamelde Provenzano een bataljon van managers en politici om zich heen waarmee hij allerlei aanbestedingen in publieke werken en in veel Siciliaanse ziekenhuizen controleerde. Al die tijd was hij voortvluchtig. Hij trouwde met Saveria Benedetta Palazollo, van wie hij twee zonen kreeg die tot 1992 met hem onderdoken.


In dat jaar culmineerde Riina’s oorlog tegen de Italiaanse staat in de moord op maffiarechters Falcone en Borsellino. Aanslagen die heel Italië schokten en in 1993 leidden tot de arrestatie van Riina. Sindsdien was Provenzano de absolute leider en veranderde de maffia van koers. Geen openlijke confrontaties meer met de staat, zo weinig mogelijk moorden. Cosa Nostra dook onder, net zoals haar leider. De maffia ging ondergronds om geen aandacht meer te trekken en in rust haar illegale praktijken voort te zetten. Afpersingen namen toe in Palermo. En sinds vorig jaar werd ook de president van de regio Sicilië verdacht van relaties met de maffia.


Provenzano opereerde vanuit zijn onderduikadressen met kleine briefjes die hij tikte op een oude typemachine. Vertrouwelingen die elkaar niet kenden brachten de orders naar de managers en politici, maar ook naar de familie van Provenzano. Op sommige briefjes die zijn onderschept klaagde de maffiabaas over de onderbroeken die niet goed waren gewassen. Op andere geeft hij opdracht tot miljoenendeals.

In de jaren negentig is hij diverse keren bijna gearresteerd, maar steeds wist hij mede dankzij politici en justitiemedewerkers te ontsnappen. In 1997 werd hij aangehouden tijdens een wegblokkade van de politie maar niet herkend. In 2003 reisde hij in een oude vrachtwagen naar Marseille om zich daar aan zijn prostaat te laten opereren. De kosten van de operatie declareerde hij onder valse naam bij de Italiaanse staat.

De laatste jaren verklaarden steeds meer mensen hem dood. Elf dagen geleden bevestigde zijn advocaat dat nog in de Italiaanse media. Maar toen was justitie hem al op het spoor. Uiteindelijk hebben de briefjes (pizzini) hem verraden.
De politie kwam hem op het spoor via een pakketje schoon wasgoed dat zijn vrouw aan hem liet bezorgen. De politie vond 3 boeken in het schuurtje; een bijbel, een boek over de geschiedenis van de Italiaanse maffia en een medische encyclopedie met plaatjes. Aangezien het te riskant was voor Provenzano om naar de dokter te gaan moest hij immers zichzelf helpen…


Die ‘postbodes’ waren een aangetrouwde neef van Provenzano Giuseppe Lo Bue, diens vader, en als derde een herder, Bernardo Riina. Deze drie zijn eveneens aangehouden. Door een afgetapt telefoontje tussen twee van zijn onderdanen over het hoe en wanneer brengen van de schone was voor hun baas, wist de politie achter de schuilplaats van Provenzano te komen.

Grote vraag is nu, wie Provenzano gaat opvolgen. De Mafia is een veelkoppig monster, goed ingebed in de traditie van het platteland, en goed geïnfiltreerd in de legale bovenwereld van de magistratuur en de politiek. De Cosa Nostra bestaat uit een diversiteit van zelfstandig opererende families, vertegenwoordigd in de Cupola, die soms onderling zelfs over de macht twisten.

Provenzano zal, zoals Riina, ongetwijfeld voor een lange tijd in de cel verdwijnen. De Cosa Nostra is nu licht aangeslagen, maar “Onze Zaak” zal onuitroeibaar blijven bestaan.


L’ultimo padrino (2008)

Sicilië in de jaren ’90. Maffiabaas Salvatore ‘Toto’ Riina is gearresteerd. Iedereen in Italië vraagt zich af wie de nieuwe leider van de maffia zal worden. Het antwoord doet de Italiaanse justitie op haar grondvesten schudden. Bernardo Provenzano is namelijk sinds 1963 niet meer in het openbaar gezien. Na dertig jaar is Provenzano uit de schaduw gestapt om de macht te grijpen. Maar de maffia die hij erft is ernstig verzwakt. De nieuwe peetvader werkt dan ook aan een strenge regie om de Cosa Nostra langzaam weer op te bouwen. Ondertussen probeert een task force Provenzano te traceren. Wat volgt is een klopjacht op de maffiabaas die net zo ongrijpbaar en onzichtbaar is als een geest…

Bernardo Provenzano (Michele Placido), die in 1993 Toto Riina aan het hoofd van Cosa Nostra opvolgde, is een van de meest gezochte criminelen in Italië. De oude baas probeert met alle middelen vrede te stichten tussen de maffia-families.

Maar er is een politie-team genaamd “Gruppo Duomo”, gecoördineerd door Roberto Sanna, dat samen met een paar steengoede agenten, de jacht heeft geopend op de super-voortvluchtige. Sanna heeft naar aanleiding van de zgn. “pizzini” (de beruchte papiertjes van Bernardo Provenzano) het onderduikadres van de man gevonden. Een razzia mislukt maar er is een belangrijke conclusie : Provenzano heeft zeer specifieke medicamenten nodig..


Als de rechterarm van Bernardo Provenzano, de dubbelzinnige Occhiuzzo, de politie vraagt om hem te komen arresteren na de moord op twee zakenmannen die onder zijn bescherming stonden, begint deze te praten en samen te werken met Sanna. Zo verneemt Sanna dat het de bedoeling is van Provenzano om de Cosa Nostra als organisatie “onzichtbaar” te maken.

Provenzano blijft in contact met zijn vrouw Saveria Benedetta Palazzolo en de anderen via de pizzini. Zijn ziekte, prostaatkanker noodzaakt hem naar Marseille te gaan voor verzorging, met de hulp van broers Matteo en Guiseppe Canistro.

Sanna ontdekt dit en vertrekt naar Frankrijk om hem te arresteren.


Provenzano weet echter op het nippertje te ontsnappen uit het ziekenhuis, net voor de komst van Sanna en zijn mannen.

Ondertussen ontdekt Lopane dat een lid van de familie Cappello vermoord werd. Dit betekent het schenden van de heilige overeenkomst die inhield dat alle maffia bazen de vrede zouden bewaren, zodat de Cosa Nostra zich kon wijden aan de financiële zaken door de oprichting van bedrijven die door de Cosa Nostra in Sicilië werden gesteund en geïnfiltreerd.

Sanna richt zijn aandacht nu op de broers Canistro, vermoedeljke directe medewerkers van Provenzano. Ze worden aangehouden.De bouw van een nieuw winkelcentrum wordt onder sekwester geplaatst.


De politie vermoed nu dat Provenzano is ondergedoken in Corleone. Provenzano ontmoet ondertussen Lopane en belooft hem dat ze allen zullen profiteren van de bouw van de brug over de Straat van Messina.

Via de “pizzini” echter komt Sanna (eigenlijk bij toeval) erachter waar Provenzano eigenlijk zit. Op 11 april 2006 wordt Bernardo Privenzano aangehouden na 40 jaren van onderduiken.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Boek, Crime, Film, Mafia en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s