De bende van Jan De Lichte

De spotnaam van de inwoners van de Zottegemse deelgemeente Velzeke is “de moordenaars”. De reden hiervoor is dat hier een van Vlaanderens beruchtste bendeleiders op 7 april 1723 werd  geboren : Johannes ‘Jan’ De Lichte, zoon van Judocus De Lichte en Elisabeth De Schepper.

Zowel langs vaders als langs moeders kant leefde men in de marginaliteit. De familie stond slecht aangeschreven. Ze waren “befaemt, aensien ende gereputeert geweest voor dieven”.

In die tijd wordt in onze Gewesten de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) uitgevochten. In feite kwam het erop neer dat troepen die door onze gewesten trokken het platteland  plunderden. Het land van Aelst, het gebied tussen Schelde en Dender, de rijkste streek van Vlaanderen – kreeg het zwaar te verduren.

In die jaren is er ook honger. De ene slechte oogst volgde de andere op, met 1740 als regelrecht rampjaar: de graanopbrengst lag dat jaar de helft lager dan normaal! Families als de De Lichtes waren daarvan de eerste slachtoffers. Maar ook anderen zoals dagloners, wevers en spinners, marktzangers, zigeuners en vrouwen die hun lichaam verkochten, landlopers en vagebonden vielen uit de boot.

Op zijn vijftiende gaat hij thuis weg. Processtukken leren ons dat hij al snel ‘pakt’ als er niets te krijgen valt. In 1740 (niet toevallig het begin van de oorlog) pleegt hij een aantal diefstallen in  Dikkele en Strijpen. Het zijn buurgemeenten van Velzeke. Drie jaar later en allicht heel wat ellende verder, maar nog altijd dicht bij zijn ‘thuisbasis’, schiet hij op een paar bedevaarders in de buurt van het kapelletje van O.L.V.-van Deinsbeke te Zottegem. Het is het begin van een lange waslijst van diefstallen, inbraken en geweldplegingen.

De ‘bende’ van Jan De Lichte was eerder een samenraapsel van marginalen, landlopers en vagebonden die nu eens met deze dan weer met gene een slag sloegen, vooral in het gebied tussen Leie en Dender.

Van de hele troep zijn er een veertigtal ‘echte’ dieven en inbrekers.

De bende van Jan De Lichte (de zware jongens) sloegen vooral toe in het Geraardsbergse ten westen van de Dender.

Deze groep bestond uit Francies Geents ‘Tincke’, Anthone van der Gucht, Jan Savoye ‘Klein Janneken’, Pieter De Moor, Jan Van Wetteren, Francies van den Haute ‘Abeel’, Pieter van Ronse, Lieven Faveel, Gabriel van der Cruyssen, Jan De Lichte, Francies Meulenaere, Pieter Van Cauwenberge ‘Wannelapper’, Jan Cottenier ‘de Zot van Wortegem’, Pieter van der Linden ‘Knopmaker’, Adriaan Vagenende, Gillis van der Elst ‘van Pamel’, Pieter De Wilde, Jean en Jacques le Couvreur, Simon Ysebaert en Jan en François De Vrieze.

Deze ‘harde kern’ werd aangevuld met toevallige “medewerkers“.

Wat de dieven niet zelf konden gebruiken, werd voor een prikje verpatst aan helers, waarvan de belangrijkste een kroeg openhielden, zoals ‘Den Honger’ in Sint-Maria-Oudenhove en ‘De Paling’ in Aspelare.

Het grootste gedeelte van de ‘Bende van Jan De Lichte’ bestond evenwel uit (bloed- of aan-) verwanten, kennissen en vriendinnen van de misdadigers. Het grootste deel van de vrouwen die in Aalst op het schavot terecht kwamen, hadden een relatie (gehad) met de zwaardere jongens.

De Bende was vooral actief op het platteland. Ze brak in bij gewone pachters, bij ambachtslieden en in winkels. De buit bestond voor het overgrote deel uit textielwaren. Bij particulieren waren dat kledingstukken of lakens, in winkels waren het stukgoederen (linnen, kousen, …). Vandaag lijkt het stelen van een vest maar niks, maar in die tijd was dat erg belangrijk. Wie zijn enige ‘dikke frak’ kwijtspeelde, moest al zijn varken kelen om zich een nieuwe ‘vest’ te kunnen aanmeten!

Verder werd er vooral voedsel gestolen, voor eigen gebruik. In de omgeving van Oudenaarde werd op Kerstavond 1747 ingebroken bij een molenaar. De groep stal brood, suiker en bloem. Met de suiker en de bloem werden er ten huize van Joseph Meulebrouck koeken gebakken.

Jan De Lichte ging bij een herbergier te Ouwegem aan de haal met dertien flessen wijn en zes pond boter, maar bij een boer te Grammen moest hij zich tevreden stellen met twee rokken en … een paar varkenspoten.

Onder elkaar ging het er niet bepaald zacht aan toe. Wie een oogje liet vallen op een van hun liefjes werd hard aangepakt. Meestal speelden de vechtpartijen zich af in of aan een kroeg.
Zo zijn op Pinksteren 1748 een aantal ‘bendeleden’ samengekomen in Scheldewindeke, waar ze naast de kroeg van Willem Bauwens de ganse namiddag met de krulbol speelden. De Lichte krijgt er ruzie met Jan De Vrieze en het komt tot een gevecht, waarbij De Vrieze wordt gedood. Meulenaere en Vagenende slepen zijn lijk een honderdtal meter verder en verbergen het in een poel, na eerst de kleren van het slachtoffer te hebben geroofd. Bij zijn aanhouding droeg Meulenaere trouwens nog altijd het vest van De Vrieze!

Waar de Bende in het begin nog enigzins zachtaardig tewerk ging en vooral voor eigen gebruik optrad, werd naarmate de tijd vordered de sfeer grimmiger. Jan De Lichte kreeg verwijten dat hij te zacht zou zijn.
De groep verhardde en de meeste slachtoffers vielen nu.

Als Jan De Lichte  op 13 november 1748  net voor de middag op de Grote Markt te Aalst wordt geradbraakt, een gruwelijke straf die in zijn vonnis wordt omschreven als “armen, beenen, billen en lenderen levendig gebrocken te worden, op een schavot, ende aldaer geleyt te worden op een radt, het aengesigt gekeert naer den hemel, om aldaer te te blijven tot’er tijdt dat het Godt gelieven sal u in het leven te laeten”, heeft hij 4 moorden, 2 moordpogingen en minstens 30 diefstallen en inbraken, gewoonlijk bij nacht en in groepsverband gepleegd, bekend.

Tussen 7 oktober en 14 december 1748 sprak men in Aalst 207 straffen uit tegen 101 personen. Negenentwintig aangehoudenen werden vrijgesproken.

De straffen waren ronduit gruwelijk. Zes moordenaars, onder wie Jan De Lichte, werden geradbraakt. Negentien inbrekers werden opgehangen. Kleinere dieven werden levenslang naar de galeien gezonden, helers kregen 9 jaar ‘galei’ opgelegd. Meer dan de helft van de veroordeelden werden gegeseld, gebrandmerkt en verbannen. Geen kleine straf, want men werd uit de bekende omgeving geplukt en over de grens gezet, waar men van geen hout pijlen wist te maken en dus enkel en alleen maar kon ‘hervallen’ om het hoofd boven water te houden …

De Bende van Jan De Lichte had gedurende goed vijf jaar in Oost-Vlaanderen rondgezworven. De kopstukken waren geen lammetjes, zoveel is zeker, maar in vergelijking met wat de soldaten in diezelfde periode hadden uitgespookt, verdwenen hun acties in het niets.

Het Boek van Louis Paul Boon.

Ik was aangenaam verrast door dit boekje. Louis Paul Boon neemt de lezer bij de hand en vertelt over Jan De Lichte en zijn bende op een zeer gemoedelijke manier.

Voor elk hoofdstukje staat in de marge waar het over zal gaan, en dat vond ik een zeer aangename ervaring.

Ook de taal van Boon is authentiek. Het is vernederlandsd dialect, wat zeer melodieus in de oren klinkt.

Woorden zoals “krijten” , het Aalsters voor wenen plaatsen je onmiddellijk in de goede sfeer.

Hugo Claus over Boon : “Hij is naar mijn gevoel de grootste Nederlandse schrijver van de voorbije halve eeuw”

Boon – wie deze stof op het lijf is geschreven – geeft in dit boekje  een aangrijpend portret van deze op drift geraakte idealist die met zijn “bende” een bloedig spoor trok in de Vlaamse traditie. Het is een hoogtepunt – voor mij – in de literatuur van Boon.

Een uittreksel :

“De garde is ondertussen echter den trap opgestormd naar de zaal, waar baron de Creyl zich moet bevinden. Vagenende, Ysenbaert en de monnik laten zich gelijktijdig met de schouder neerkomen op de dubbele deur, die krakend opensplintert. Lieven Faviel, met zijn kille ogen, Meulenaere met zijne wrede mond, en ook Anne-Marie De Clerck in de verscheurde rafels van wat een zijden hemd is geweest, volgen hen op de hielen, het dreigende pistool in de handen.

Het moet De Creyl een meer dan naargeestige intrede schijnen… een misplaatste grap misschien, die hij geenszins op prijs kan stellen. Misschien zou zijnen allereersten indruk er ene van verbazing zijn geweest, om dieë vieze monnik, dieë met de schouder zijn deuren komt openrammen. Om die al even zonderlinge gevangene, die met een pistool in haar handen uit zijn kelders terugkeert. Maar zijn verbazing, en meer zelfs, zijn verontwaardiging, blijven in de kiem gestikt: hier grijpt iets plaats dat hij waarlijk niet omvatten kan.

‘Wat betekent dat allemaal?’ is hij op het punt aan de monnik te vragen… Maar op dieëzelfden ogenblik valt notaris Woese in een appelflauwte. Zijn ogen rollen heen en weer, zijn handen grijpen in het ijle.

‘Ze zijn daar, ze zijn daar!’ gilt hij. En dan valt ‘em gelijk een open kruis op de grond.

Ze zijn daar! En baron de Creyl begint maar al te duidelijk te beseffen, wie daar zijn komen binnenvallen gelijk nen hoop woeste duivels. Geen enkel wapen heeft hij bij de hand, om hen te tonen dat hij nog altijd de kasteelheer is, den heerser en gebieder over uitgestrekte domeinen. En het is dan meer in verkropte woede dan in vrees, dat hij deze hoonlachende vrouw, midden de bandieten, aanstaart.

Nog altijd is haar borst naakt, gelijk hij die zelf aan ieders blikken heeft prijsgegeven… geholpen weliswaar door de jonker, bijgestaan door notaris Woese…, ja, zelfs voorafgegaan door Baru. Maar het is geen prettig zicht nu, met er vlak vóór de mond van een kil pistool, dat iederen ogenblik zijn lood kan uitbraken. Zij hoonlacht. En naast haar staat de monnik, wiens kap van over het hoofd is gegleden. Naast hen staan die zwijgende mannen, met kille ogen en wrede monden.

En toch is De Creyl meer woedend dan verschrikt. Hij is gene lafaard, maar hij voelt zich buitengemeen bedrogen. Hij voelt zich den dwaas, dieë de hete kastanjes uit het vuur heeft gehaald voor anderen, die al deze onheilen binnen in zijn kasteel hebben gelokt en boven zijn hoofd hebben doen neerkomen.

Hij voelt zich bedrogen door zijn wachters, welke deze bandieten lieten binnendringen. Bedrogen door de Franse soldaten, die zijne wijn zopen en zijn vlees vraten, en hoogstwaarschijnlijk gene poot hebben uitgestoken. Hij voelt zich bedrogen door Baru zélf.

En ja, waar is ‘em nu, dieën Baru? En rondkijkend plots, naar alle kanten, kan hij Baru met geen ogen meer ontdekken.

‘Mij in de doeken gedraaid, dat heeft hij!’ schreeuwt De Creyl. ‘Ha, de vuilbek, met zijne praat over d’onkreukbaarheid van het gerecht, en d’onversaagdheid in de plicht. Ha, de hansworst met zijn dreigend opgerichte moustache, gelijk het masker van ne carnavalszot. Mij mijn rechtmatige prooi ontlokt, dat heeft hij… en mij in het uur van het gevaar in de steek gelaten, dat heeft hij ook! Waar is nu de minister van politie? Waar zijn nu die vreemde ratten van Franse soldaten?’

En hij slaat de in woede gebalde vuist op tafel neer, zodat de erover verspreid liggende voorwerpen met ne schok opwippen. Ne met wijn gevulden beker, en ook nen inktkoker met een ganzepen springen op. Den inktkoker valt zelfs om, en zijne zwarten inhoud stroomt over het tafelblad uit, om met een straaltsje in de vloer terecht te komen. In de vloer, ja… ware het niet dat notaris Woese juist op deze plek in zijn appelflauwte ligt uitgestrekt, en de zwarte straal over het bleek gelaat krijgt.

Hij moet er in zijn woede nog om lachen, baron De Creyl. En ook de monnik moet vechten tegen zijnen opkomende lach. En ondanks alles, ondanks de wraak die zij op deze kasteelmeneer nemen wil, moet ook Anne-Marie de Clerck lachen. Alleen Vagenende kan nu op dezen ogenblik, of op gelijk welken anderen ogenblik, met zulke dingen niet lachen. Hij is ne vent zonder humor. Ge hebt zulke mensen. En hij vraagt alleen maar aan baron de Creyl wanneer hij nu eindelijk gaat afdokken.

‘Afdokken?’ Baron de Creyl staart hem met nadenkend gefronst voorhoofd aan.

‘Jawel, afdokken! Of peinst ge dat we hier nog eens zijn binnengekomen om u ne goeienavond te wensen? Afdokken zult ge, en genoeg!’

En Vagenende slaat op zijn beurt op tafel.

Neen, nu wordt De Creyl paars. Dit is het toppunt… te moeten beseffen dat hij nu ook nog gaat uitgeschud worden, gelijk den eerste den beste van zijn stomme boeren al werd uitgeschud. En nog even poogt hij dit nieuwe onheil te bezweren, tracht hij de naam van Baru als bliksemafleider te gebruiken. Baru is van alles de schuld. Hij is het die hun gezellin naar zijn kasteelke heeft doen brengen, hij is het die haar naar den toren van Aelst wou doen overbrengen. Hij is de nietsontziende schurk dieë hem, De Creyl, gelijk nen bloedzuiger het laatste goudstuk uit de zakken komt halen. En hij wil nog verder uitweiden, over de steeds zwaardere belastingen, de decreten, de…

Voor Vagenende tellen echter geen woorden. Woorden zijn geen oorden.

‘Wij vragen u niet naar uw praatsjes, oude gek!’ zegt hij. ‘We vragen u naar uw geld.’

Maar het is niet die brutale onderbreking die indruk op De Creyl maakt, het zijn veel meer die kille ogen die hem ondertussen aanstaren. Het zijn vissenogen. Het zijn ogen die ieder menselijk woord nutteloos en overbodig maken.

‘Ik heb geen geld,’ stamelt De Creyl, in een laatste poging er zo goedkoop mogelijk vanaf te komen.

En dieëzelfden ogenblik krijgt hij reeds een gaap van Vagenende’s mes, over de ganse lengte van zijn gelaat. Het is niet diep, het snijdt alleen de huid open.

‘Ik zal u eens het teken des kruises leren maken!’ zegt Vagenende. En nu lacht hij… ne kille grijns, dieën aantonen wil dat ook hij over humor beschikt, maar over een heel andere soort.

Baron de Creyl voelt ontzet aan de lange gaap over zijn aangezicht, waar reeds hier en daar een druppelke bloed begint uit op te wellen. En ook notaris Woese, dieë stilaan terug bij kennis kwam, staart die witte streep aan, en valt dadelijk terug in zwijm.

De Creyl heeft geen kruis nodig. Hij tracht zo haastig mogelijk in gindsen hoek een kast te bereiken, waaruit hij de gevraagde goudstukken delven gaat… maar nog vlugger is Meulenaere om hem de pas af te snijden en die kast open te breken. Het is, ondanks de zopas uitgebrachte uiteenzetting van zijnen treurigen toestand, ondanks de slechte tijden, den hongersnood en de veeleisendheid der troepen, ne schone som te noemen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Crime, Geschiedenis en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s