Bob De Moor, een reus in Stripland

Bob De Moor (Antwerpen, 20 december 1925 – Brussel, 26 augustus 1992) was meer dan dertig jaar de belangrijkste medewerker van Hergé. Hij heeft een oeuvre opgebouwd, dat kan bestempeld worden als een van de belangrijkste van het Europese stripverhaal.

Bob De Moor studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en begon als animator te werken in studio Afim.

Zijn eerste strip was “Bartje” in “De Kleine Zondagsvriend” uit 1945. Al gauw volgden  “Inspecteur Marks” en “Professor Hobbel”.

Ook in bladen publiceerde Bob De Moor, onder meer in “’t Kapoentje” waar hij “De Lustige Kapoentjes” verzorgde.


In 1949 begon het grote avontuur voor De Moor. Hij gaat werken voor het weekblad Kuifje. Hier tekent hij de op Hendrik Consciences boeken gebaseerde strips “De Leeuw van Vlaanderen” en “De Kerels van Vlaanderen”.

De Moor zou de komende jaren ook nog “Conrad le Hardi” illustreren en de reeks “Barelli” opstarten.

Zijn meest bekende werk “Cori, de scheepsjongen” (“Cori, le Moussaillon”) ontstaat ook hier. In 1952 komt het eerste verhaal eraan. Het zou pas in 1977 een vervolg krijgen. “Cori” is in zekere zin De Moors meesterwerk. De verhalen spelen zich af in de 16de en 17de eeuw in het zeevaardersmilieu waardoor zijn passie voor de zee en scheepvaart prachtig tot uiting komt.

De volgende en logische stap was werken voor Hergé zelf. Vanaf 1950 begon De Moor dus voor Studio Hergé te werken. Snel wordt hij Hergés eerste assistent.

Zijn taak is het hertekenen van de oudste Kuifjealbums en zeer belangrijk voor Hergé, het verzorgen van de achtergronden voor de Kuifjesverhalen. Enkele van zijn bekende ingrepen zijn onder meer de meer modernere inkleding van het album De Zwarte Rotsen en de Beefeater-kostuums voor de wachters in De scepter van Ottokar.

Ook de afgeleide merchandising werd aan hem toevertrouwd. De Moor stak veel tijd in dit werk en het is mede hierdoor dat zijn eigen strips meer en meer in de schaduw van Hergés oeuvre belandden.

Ook voor Jacques Martin tekende hij een episode uit diens reeks “Lefranc”.

In 1989 werkte hij, na de dood van Edgar P. Jacobs “Mortimer vs. Mortimer” af, het tweede deel van “De Drie Formules van Professor Sato” in de reeks Blake en Mortimer.

Datzelfde jaar wordt hij ook artistiek directeur van uitgeverij Le Lombard en mededirecteur van het Belgisch Stripmuseum waar zijn strips overigens ook tentoongesteld staan en hijzelf geroemd wordt als één van de pioniers van de Belgische strip.

Toen hij in 1992 overleed, werkte zijn zoon Johan De Moor zijn laatste stripverhaal “Dali Capitain” van de reeks Cori, de scheepsjongen af.

In 1956 gaan twee buitengewone mannen aan boord van de pakketboot “Konigin Astrid” voor een boottocht op de Noordzee. Op deze manier bereiden Hergé en Bob De Moor de publicatie van Cokes in voorraad (Coke en stock) voor.

Meer Bob De Moor in mijn andere blog, later.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Strips en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s