De zaak Seznec

De zaak Seznec is een beruchte strafzaak uit Frankrijk (Bretagne). Guillaume Seznec werd veroordeeld voor de moord op Pierre Quéméneur.

Joseph Marie Guillaume Seznec, geboren op 1 mei 1878, in Plomodiern, in de Finistère (Bretagne)  was een meester zager in Morlaix. Hij werd “schuldig aan valsheid in geschriften” bevonden  en  “schuldig aan de moord op Pierre Quéméneur”, regionaal adviseur van de Finistère.

Deze laatste verdween vreemd genoeg tijdens een zakenreis met Guillaume Seznec van Bretagne naar Parijs. De doel van de reis was (althans volgens Seznec) de verkoop aan de Sovjet-Unie  van Cadillacs die aan Frankrijk werden geretrocedeerd door het Amerikaanse leger na de eerste wereldoorlog.

Er bestaan verschillende hypothesen voor de plotse verdwijning van Pierre Quéméneur .

Vreemd is in de eerste plaats dat het lichaam van Peter Quéméneur nooit gevonden werd. Toch beweren verschillende (onafhankelijke) getuigen dat ze de man nog zijn tegen gekomen na zijn verdwijning.

De hypothese van moord werd aanvaard door Justitie. Daar Seznec de laatste persoon was van wie vaststaat dat hij Quéméneur in leven zag (volgens een onderzoek dat vlug vlug werd gevoerd) werd Guillaume Seznec hoofdverdachte. Hij werd gearresteerd en opgesloten in de gevangenis.

Uit de film “l’Affaire Seznec” met Christophe Malavoy.

Zijn proces, waarin bijna 120 getuigen werden gehoord, duurde acht dagen en eindigde op 3 november 1924. Guillaume Seznec werd schuldig bevonden, maar de kwalifikatie van “voorbedachte rade” werd niet weerhouden. Hij werd dus veroordeeld voor doodslag en krijgt levenslange dwangarbeid, dit terwijl de advocaat-generaal de doodstraf had gevorderd.

Seznec werd naar het “Camp de la Transportation Saint-Laurent du Maroni” gebracht  in 1927 en vervolgens overgebracht naar de strafkolonie van “les îles du salut” in Frans Guyana in 1928. Dit was absoluut geen lachertje.

Uit de film “l’Affaire Seznec” met Christophe Malavoy.

Guillaume Seznec weigerde een presidentieel pardon in 1933. Na de 2e Wereldoorlog en de sluiting van de strafkolonie in Guyana wordt de straf van Guillaume Seznec ingekort in 1946. Het jaar nadien komt hij als vrij man terug naar Frankrijk.

In 1953 wordt hij aangereden door een bestelwagen in Parijs die wegvlucht. Wanneer de bestuurder wordt gevonden beweerde hij dat hij niks gezien had. Guillaume Seznec overleed op 13 februari 1954 als gevolg van zijn verwondingen.

Chronologie van de gebeurtenissen.

Op 25 mei 1923, na de nacht te hebben doorgebracht  in het Hotel de Paris te Rennes, gaan  Guillaume Seznec en Pierre Quéméneur op weg naar Parijs in een Cadillac. Volgens Seznec is het de bedoeling dat Quéméneur de dag nadien om acht uur een zekere Chardy of Sherdly (eerst Charley)  zou ontmoeten.

De wagen is in erbarmelijke staat en valt verschillende keren in panne.
Op 26 Mei, na de nacht in de auto te hebben doorgebracht langs de weg, vraagt  Guillaume Seznec zich af of het niet beter zou zijn de auto te laten herstellen voor er over de verkoop ervan wordt onderhandeld. In Parijs hebben de monteurs zeer slechte reputatie. Er wordt dus besloten terug te gaan naar Morlaix.

Maar de lijdensweg duurt voort : nieuwe pannes, nieuwe lekke banden. Stops voor herstellingen in garages, eten …
Hij brengt de nacht in een hotel in de Pre-en-Pail.

27 en 28 Mei : steeds hetzelfde. Uiteindelijk geraakt Seznec in Morlaix waar de auto wordt gerepareerd.

Op 1 juni gaat Guillaume Seznec  naar Parijs voor een persoonlijke zaak. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om  naar het hotel van zijn vriend te gaan. Advisuer Quéméneur is er niet en is er al dagen niet meer gezien.

Quéméneur vertelde zijn familie dat hij op 28 Mei terug zou zijn. Na een paar dagen wordt de familie van Quéméneur ongerust en gaat ze naar Seznec met de vraag om nieuws. Hij antwoordt dat ze  auto-pech hebben gehad, en dat hij dan Quéméneur bij het station van Dreux heeft afgezet waar deze de trein naar Parijs heeft genomen.

Op 13 juni wordt een telegram, getekend Quéméneur, verzonden vanuit Le Havre (de belangrijkste vertrekhaven naar Amerika) met volgende tekst : “Kom niet terug naar Landerneau voor binnen een paar dagen. Alles in orde . Quéméneur”.

Op 20 juni ontdekt een medewerker van het station van Le Havre, Joseph Hélonis, een koffer met papieren van Quéméneur in het station en informeert diens familie. In zijn verklaring zal de bediende zeggen dat de koffer open was.

Op 22 juni wordt in Brest officieel een onderzoek geopend over de verdachte verdwijning. In het kader van dit onderzoek wordt de koffer uit het station van Le Havre in beslag genomen. In deze valies vindt men o.m. een geschreven verkoopbelofte (zeldzaam in die tijd) van een groot landgoed met herenhuis te Plourivo, toebehorend aan Quéméneur,  aan Seznec voor een bedrag van 35.000 frank. Dit is vandaag zo’n 35.000 Euro. Het goed werd door Quémeneur drie jaar eerder aangekocht voor 25.000 frank.

Op 26 juni wordt Seznec verhoord door de Franse gendarmes. Hij legt uit dat deze koopovereenkomst is opgesteld door Quéméneur. Ze werd hem toegzegd tegen afgifte van 4.040 gouden dollars die hij net had gewisseld in Brest. De som van 35000 frank was eigenlijk het saldo van de aankoopprijs. Er waren geen getuigen. Volgens Seznec had Quéméneur dit geld nodig om de verkoop van de Cadillacs te kunnen onderhandelen.  Seznec weet niets meer, want in de hele zaak is zijn rol beperkt gebleven tot het ontvangen van brieven voor Quéméneur met briefhoofd van de Amerikaanse Kamer van Koophandel van Parijs. Op die manier deed Seznec twee dingen : hij hielp Pierre Quémeneur en werd tegelijk eigenaar van het landgoed met herenhuis dat hij trouwens met zijn vrouw en met Quémeneur had bezocht.

Uit de film “l’Affaire Seznec” met Christophe Malavoy. Jean Yanne is Pierre Quéméneur.

Seznec vertelt een hoop details over de reis naar Parijs, onder meer hoe de auto regelmatig stilviel. Deze wagen die in niet zo’n goeie staat was kon moeilijk aan die “Charley” worden overgedragen, daarom werd besloten dat Quéméneur met de trein zou naar Parijs sporen, en dat Seznec terug zou keren naar Morlaix waar hij de wagen zou laten herstellen.

Acht getuigen zagen Seznec en Quéméneur samen te Houdan, 60 km van Parijs. Seznec kan dus Quéméneur niet hebben achtergelaten in Dreux, maar wel in Houdan. Toch zegt Seznec  dat er een cafe was op de binnenplaats van het station, en een metalen paal aan de voorkant van dit café waar de wagen trouwens zou zijn tegengebotst, wat Seznec die in slaap was gevallen had doen wakker schrikken. Deze beschrijving klopt met het station van Dreux. Maar de politie die de zaak wil rond krijgen suggereren dat het toch Houdan moest zijn.

Een getuige zag Seznec in zijn auto, in de vroege ochtend de volgende dag, in La Queue-lez-Yvelines, 15 kilometer van Houdan op de weg naar Parijs. Deze getuige hielp Seznec met de wagen die weer eens in panne was gevallen. Seznec erkent dit feit.

De vrouw van Seznec bevestigde dat haar man het huis verliet op 12 juni met de auto. Mr. Bienvenu, advocaat van Rennes, bevestigt dat Seznec op 13 juni in de ochtend bij hem thuis was. Op 14 juni is Seznec in Plouaret waar een weduwe en haar zoon hem zijn camion zien nemen.

Volgens verschillende getuigen zou Seznec op 13 juni in Le Havre zijn gezien, de dag van het verzenden van het telegram ondertekend door Quéméneur. Seznec zou er een typemachine hebben gekocht. Deze zou zijn gebruikt om de verkoopovereenkomst op te stellen voor het landgoed met herenhuis. Vijf getuigen bevestigden deze feiten. Seznec zou een andere naam hebben gebruikt en de getuigen spreken van een man met harige handen. Welnu, Seznec had geen haar op zijn handen als gevolg van een brand.

Volgens de politie werd Seznec diezelfde gezien aan het Parijse Gare Montparnasse rond 21 uur, waar hij de trein nam naar Plouaret. Seznec ontkent.

Op 14 juni ’s morgens vroeg, zou hij zijn auto in Plouaret hebben gerecupereerd, dit wil zeggen binnen het uur van aankomst van de trein waar hij de vorige avond op was gezien te Parijs.

De politie ontdekt uiteindelijk op 6 juli de typemachine gebruikt om de verkoopovereenkomst te maken tijdens een “derde” en onwettige huiszoeking in de zagerij van Seznec. De politie had zgn. een anonieme tip gekregen.

Experts onderzoeken de machine. Zij concluderen dat ze inderdaad heeft gediend om de  verkoopovereenkomst te typen en dat de gestelde handgeschreven tekst van Quéméneur vals is.

In de valies teruggevonden in Le Havre zat ook een boek met onkosten, inclusief vermelding van treinkaartjes Dreux-Parijs en Parijs-Le Havre, met onjuiste prijzen.

Na het Proces.

Tijdens zijn proces en tijdens de resterende jaren van zijn leven is Seznec nooit gestopt met het verkondigen zijn onschuld. Zijn nakomelingen, waaronder zijn kleinzoon, Denis Le Her-Seznec (Denis Seznec) hebben regelmatig geprobeerd de zaak te laten heropenen.

Om deze actie te steunen hebben zij  in 1995 “France Justice” opgericht.

Deze vereniging was uiterst efficiënt en ligt aan de basis van de zgn. Seznec wet, met eenparigheid gestemd door het Franse parlement (zeldzaam). Deze wet wijzigt de procedure voor de herziening van de assisenarresten. Vereist zijn  “nieuwe feiten en twijfel over de schuld” . Op vandaag zijn er reeds 2000 zaken die hebben geleid tot een herzieningsprocedure. .

Om Guillaume Seznec te rehabiliteren werden niet minder dan veertien aanvragen ingediend. Ze werden allemaal afgewezen. De laatste keer was dat in 2006.

Dit bericht werd geplaatst in Crime, Geschiedenis en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s