De Armeense Genocide

In 1915 en 1916, ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, zijn naar schatting tussen de achthonderdduizend en ruim een miljoen Armeniërs – mannen, vrouwen én kinderen – in het Ottomaans-Turkse Rijk om het leven gekomen ten gevolge van een tegen hen gerichte genocide.

Hoewel het woord “genocide” destijds nog niet bestond, kan zonder aarzeling  gesteld worden dat de centraal georganiseerde vervolging en vernietiging van de Armeniërs de eerste grote genocide van de 20e eeuw is geweest.

De Armeense minderheid had trouwens  in het Ottomaanse Rijk ook al voor die jaren te kampen gehad met grootschalig moorddadig geweld. Tussen 1894 en 1896 waren bij een reeks pogroms in het gehele rijk honderd- tot honderdvijftigduizend Armeniërs vermoord.

Bij een massaslachting in 1909 in en rond de stad Adana in het zuidoosten van Turkije aleen al werden naar schatting tien- tot twintigduizend Armeniërs gedood. Tussen 1917 en 1922 zijn tijdens episodes van vervolging nog vele tienduizenden om het leven gebracht.

Al bij al zijn tussen 1894 en 1922 waarschijnlijk anderhalf miljoen Armeniërs “genocide”  omgekomen. Dit betekent dat destijds zo’n 60% van alle Armeniërs in het rijk zijn omgebracht.

De gegevens over de vervolging en vernietiging van de Armeniërs waren in West-Europa en de Verenigde Staten reeds in 1920 algemeen bekend. In het Westen was er een aanzienlijke publieke belangstelling voor het lot van de in grote meerderheid christelijke Armeniërs.

Reeds tijdens en kort na de “grote oorlog 14-18” werden er in vele Westerse landen dan ook steuncomité’s opgericht die geld inzamelden voor Armeense vluchtelingen. De kranten , toen de voornaamste massa-media, schreven uitvoerig over wat het “Armeense vraagstuk” heette.

Maar in de jaren ’20 ging de belangstelling achteruit.

De zwaar getroffen Armeense vluchtelingendiaspora, verspreid over vele landen, ontbrak het lang aan mogelijkheden en middelen om meer aandacht te vragen voor hun verschrikkelijke lot.

In Europa zelf pakten zich ondertussen in de jaren ’20 en ’30 de donkere wolken samen van een volgende oorlog en een volgende catastrofale genocide.

Hitler zelf zei aan de vooravond van de nietsontziende aanval op Polen in september 1939 : “Wer redet heute noch von der Vernichtung der Armenier?”  Inderdaad.

Na de Tweede Wereldoorlog was de Armeense zaak verdwenen uit het collectieve geheugen en vervangen door de verschrikkelijke gevolgen van de Shoah.

Het besluit over te gaan tot een nagenoeg complete collectieve vervolging en vernietiging van de Armeniërs in het Ottomaans-Turkse rijk, is waarschijnlijk eind 1914, begin 1915 genomen door het driemanschap dat destijds op het niveau van de centrale staat de politieke en militaire leiding had over het rijk.

Deze drie leiders waren Talaat, minister van binnenlandse zaken; Enver Pasja, generaal en minister van oorlog; en Djemal Pasja, generaal, minister van marine, en militair gouverneur van Syrië, dat toen nog een provincie van het Ottomaanse rijk was. Behalve minister van binnenlandse zaken was Talaat ook de voornaamste leider van de politieke beweging Ittihad ve Terakki, letterlijk vertaald “Comité voor Eenheid en Vooruitgang”, in het Westen beter bekend als de “Jong-Turkse beweging”.

In het begin leek het erop dat de Jong-Turkse beweging erin zou slagen de steun te verwerven van de meerderheid van de voornaamste bevolkingsgroepen binnen het rijk, dat naast uiteenlopende groepen van Turkse herkomst, ook grote aantallen Arabieren, Koerden, Grieken en Armeniërs herbergde en nog tal van andere kleinere etnisch-cultureel verschillende minderheden omvatte.

De Jong-Turken droomden van een groot aaneengesloten Turks rijk, dat zich uitstrekte van de Balkan tot Centraal-Azië, waarin alle Turkssprekende volkeren verenigd zouden zijn. In deze beweging, pan-Turkisme geheten, was geen plaats voor de Armeniërs en andere niet-Turkse volkeren. De Armeniërs die immers geografisch precies tussen de verschillende Turkse broedervolkeren in leefden, vormden opeens de voornaamste belemmering voor dit pan-Turkisme.

Hun denken werd vooral getekend door een militaire visie en door extreem Turks etnisch nationalisme. Het grote einddoel was het behoud en zo mogelijk territoriale uitbreiding van de Ottomaanse staat, en de omvorming van de Ottomaanse samenleving tot een verondersteld homogene Turkse maatschappij. Vooral de Armeniërs, maar ookChristenen en Grieken,  werden het directe slachtoffer van deze politiek en ideologie.

Op 25 februari 1915 beval Enver Pasja alle militaire eenheden om soldaten van Armeense afkomst te demobiliseren en in te zetten in de onbewapende ‘Werkbataljons’. Als reden werd angst voor collaboratie van de Armeniërs met de Russen opgegeven. Het kan echter ook een bewuste actie tot inleiding van een genocide zijn geweest, waarbij er nauwelijks sprake zou zijn van gewapend verzet. Dit verzet is er dan ook nauwelijks geweest, een belangrijke uitzondering vormen de gevechten bij de stad Van. Deze gevechten begonnen op 20 april en eindigden op 17 mei met de komst van het Russische leger. Een aanleiding voor de opstand waren moordpartijen op Armeniërs die al in het begin van 1915 hadden plaatsgevonden in de buurt van het front.

Op 24 april 1915 werden honderden tot enkele duizenden leden van de Armeense elite zonder enkele vorm van proces vermoord in Constantinopel (Istanboel). Deze dag wordt nog altijd herdacht door de Armeniërs als het begin van de volkerenmoord.

Hierna besloot het Ottomaans regime officieel alle Armeniërs te deporteren naar de zuidelijke provincie Syrië, dat toen nog deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk. Talaat Pasja gaf als reden de recentelijke opstanden en massamoorden door Armeniërs op verscheidene plaatsen in het land.

De verdediging rond VAN.

Hij doelde hierbij vooral op de opstand in Van. De deportatie had in wezen geen bestemming, maar was in eerste instantie georganiseerd richting de stad Aleppo in het huidige Syrië en van daar uit naar de Deir ez-Zor-woestijn. Er werden waarschijnlijk 25 grote concentratiekampen opgezet onder de leiding van de rechterhand van Talaat Pasja, Sükrü Kaya, waarvan de meeste lagen op de huidige Syrische en Iraakse grenzen en waarvan sommige alleen dienden als doorvoerkampen. Het grootste deel van de kampbewaarders bestond uit Armeniërs.

In de Syrische Woestijn.

Er was niet gezorgd voor eten of drinken voor de Armeniërs tijdens de tochten van de verschillende delen van het land naar Syrië. Volgens ooggetuigen en historische documenten bezweken Armenen op de marsen naar het hedendaagse Syrië aan dorst, honger of werden doodgeranseld of -geschoten door de begeleidende Turkse gendarmerie. Voorts werden Armeense vrouwen en meisjes onderweg regelmatig verkracht. Andere Armeniërs, volgens de Britse historicus Martin Gilbert de meerderheid van de slachtoffers, werden in of nabij hun woonplaatsen vermoord. Niet het Turkse leger maar de door Behaeddin Şakir opgezette “Speciale Organisatie”  (een geheime dienst van de Osmaanse regeringspartij) had in die massaslachtingen een centrale rol. Deze laatste bestond uit onder meer Koerdische stammen en vrijgelaten misdadigers die onder direct gezag van de partij stonden.

Al spoedig begonnen geruchten te circuleren in het rijk dat een algemene massamoord op alle Armeniërs ophanden was. In de nacht van 24 april 1915 en in de daaropvolgende dagen werden vele honderden leidende Armeniërs – politici, journalisten, zakenlieden, kunstenaars en intellectuelen – in de hoofdstad Istanbul in een zorgvuldig gecoördineerde actie opgepakt, per trein afgevoerd, en kort daarop vrijwel allemaal vermoord. (Tegenwoordig geldt daarom 24 april wereldwijd als herdenkingsdag van de Armeense genocide.)

Met deze twee grote acties was als het ware de ruggengraat van de Armeense bevolkingsgroep gebroken. In de daaropvolgende weken en maanden kwam over het gehele rijk – met uitzondering van Istanbul en Smyrna (Izmir) – een reusachtige deportatiebeweging op gang. Hoewel de meeste Armeniërs in de zes oostelijke provincies (vilayets) van Anatolië leefden, woonden grote groepen van hen verspreid over het hele territorium. Overal werden zij nu door gendarmes en soldaten gedwongen hun woonplaatsen te verlaten, bijeengedreven, en veelal te voet, soms gedeeltelijk per trein, collectief op transport gesteld naar verafgelegen bestemmingen in de Zuid-Ottomaanse provincies (het tegenwoordige Syrië en Irak): Aleppo, Rakka, Deir-el-Zor, Mosul en zelfs Baghdad.

Nagenoeg alle bezittingen dienden te worden achtergelaten, als reden kreeg men vaak te horen dat het ging om “evacuatie” in verband met de oorlogsomstandigheden, om “hervestiging” of om noodzakelijke “kolonisering van nieuwe gebieden”.

Naar schatting zijn tussen de 1,2 en 1,4 miljoen Armeniërs in de deportaties betrokken geraakt, van wie waarschijnlijk driekwart het niet heeft overleefd. De vervolging van de Armeniërs heeft zich dus vooral voltrokken door dodelijke massale deportaties onder extreem slechte omstandigheden en door gerichte massamoorden, ook op degenen die na de weken- en soms maandenlange tochten uiteindelijk nog aankwamen bij de plaatsen van bestemming.

Verschillende landen en internationale organisaties erkennen de genocide, onder meer zijn dit: Argentinië, Armenië, België, Canada, Cyprus, Europese Unie, Frankrijk, Griekenland, Italië, Libanon, Nederland, Polen, Raad van Europa, Rusland, Uruguay, Vaticaanstad, Zweden en Zwitserland.

Op 19 januari 2008 beloofde Barack Obama, toen nog senator, dat hij als president van de VS de Armeense genocide zou erkennen. Hij zei dat hij ervan overtuigd was dat “de Armeense genocide geen beschuldiging is, geen persoonlijke overtuiging of standpunt, maar een breeduit gedocumenteerd gegeven, gestaafd door een grote hoop historische bewijzen. De feiten zijn onweerlegbaar. Een officieel beleid dat diplomaten aanspoort tot verdraaien van historische feiten is onhoudbaar.”

Op 4 maart 2010 werd door het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden voor de tweede keer een resolutie aangenomen die de Armeense genocide erkent. De Turkse regering heeft hierop gereageerd door haar ambassadeur terug uit Washington D.C. te trekken voor overleg. Voordat er sprake zou zijn van de erkenning van de Armeense genocide door de VS, moest deze resolutie goedgekeurd worden door het Huis van de Afgevaardigden en vervolgens door de Senaat. Maar ook deze keer werd de resolutie tegengegaan door het Witte Huis met het oog op geopolitieke belangen.

Een paar maanden geleden diende president Sarkozy (FR) een wetsvoorstel in dat het “ontkennen van de Armeense Genocide” zou strafbaar maken. De Franse Raad van State floot hem terug.

De Turkse regering staat op het standpunt dat er geen sprake was van genocide, maar dat de doden het slachtoffer zijn geworden van burgeroorlog, hongersnoden en andere ontberingen.

Emir KIR.

Emir Kir (PS), Brussels staatssecretaris en van Turkse origine, staat volgens Knack op het punt burgemeester te worden van Sint-Joost-ten-Node. Hij zou huidig burgemeester Jean Demannez vervangen, die gouverneur van Brussel wordt. Kir is, net zoals heel wat andere Brusselse PS’ers, geen onbeschreven blad. In 2003 al ondertekende hij een petitie die de Turkse genocide op de Armeniërs ontkent.

Een jaar later nam hij deel aan een manifestatie georganiseerd door Turkse extremisten, die slogans riepen tegen het “imperialistische complot” dat de Armeense genocide zou hebben verzonnen. Kir steekt zijn overtuiging ook niet onder stoelen of banken, want hij spreekt altijd over “le génocide arménien prétendu” (de zogezegde Armeense genocide).

Ook in het weekblad ‘Brussel Deze Week’ van vandaag verklaart Kir dat hij géén negationist is, maar dat het toch nooit objectief is vastgesteld dat er ooit een genocide op de Armeniërs plaatsvond. Je moet maar durven.

Foei Mr. Kir !

En dit in een land dat deze genocide erkent !

Monument voor de genocide te Jerevan.

Dit bericht werd geplaatst in Boek, Geschiedenis en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s