Billie Holiday

Ik heb ergens gelezen dat Billie Holiday zong alsof haar “schoenen knelden”.

Ik denk dat er heel wat meer “knelde”  aan Billie Holiday .

Billie Holiday, werkelijke naam: Eleanora Fagan Gough (Philadelphia, 7 april 1915 – New York City, 17 juli 1959) wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste en invloedrijkste Amerikaanse jazz-zangeressen. Zij werd, behalve als Billie Holiday, ook bekend onder de bijnaam Lady Day die tenorsaxofonist Lester Young haar had gegeven. Holiday, op haar beurt, was verantwoordelijk voor Youngs bijnaam Pres of Prez (afkorting van President).

Billie Holiday was de dochter van guitarist Clarence Holiday  (Baltimore, 23 juli 1898 – Dallas, 1 maart 1937) en Sadie Fagan (Baltimore, 16 augustus 1895 – New York, 6 oktober 1945). Haar vader was 16 en haar moeder 19 toen Billie Holiday als Eleanora Fagan Gough geboren werd.

In de Eerste Wereldoorlog wordt Clarence gemobiliseerd en naar Europa gestuurd, waar hij terug komt met vergiftigde longen van het mosterdgas. Trompettist worden, wat zijn grote droom was, zit er niet meer in. In plaats daarvan wordt hij gitarist en zodra er een rondtrekkende band langskomt die een gitarist kan gebruiken, is hij weg. Sadie zal nooit over de klap heen komen; tot haar dood blijft ze om Clarence treuren.

Ze laat de baby Eleonora achter bij haar ouders en trekt naar het noorden om dienstmeid te worden bij rijke mensen. Opa en oma Fagan hebben een klein huisje vol mensen. Nicht Ida woont er ook met haar zoon Henry en dochter Elsie; Eleonora moet bij deze kinderen in bed slapen. Elke nacht plast Henry in bed en elke ochtend krijgt Eleonora er de schuld van. Ida slaat, met een zweep of met haar vuisten.

Tot overmaat van ramp valt Henry de meisjes seksueel lastig. “He tried to do that thing to us,” zou Eleonora die zich inmiddels tot Billie had omgedoopt, in haar autobiografie Lady Sings The Blues schrijven,”en soms waren we zo moe van het vechten dat we niet op tijd voor school wakker werden.”

Billie 2 jaar oud.

Billie is een slachtoffer van haar tijd – van racisme, oppurtunisme en huichelarij. En soms ook van tragisch toeval. Sadie Fagans vader is half-zwart, half-blank: hij is de zoon van een Ierse plantage-eigenaar en een zwarte slavin die zestien kinderen krijgt van haar baas. Deze voormalige slavin is dus Billie’s grootmoeder, zij leeft nog en is de enige die nog van het meisje houdt. Billie gaat er vaak naartoe. Op een dag doen ze samen een middagdutje, het meisje in de armen van haar grootmoeder. Na een paar uur wordt het kind wakker, maar oma niet. Ze is gestorven en zit vast om de nek van het meisje. Billie begint te krijsen, de buren komen helpen; ze moeten de armen van de dode vrouw breken om het kind te bevrijden. Billie verdwijnt voor een maand naar het ziekenhuis,in shock.

Op haar tiende wordt Billie verkracht door de buurman. De politie is gewaarschuwd door een jaloerse vriendin van die buurman en betrapt de twee op heterdaad. Da man wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en Billie wordt direct naar een streng katholiek gesticht gestuurd dat geleid wordt door niet al te zachtzinnige nonnen. Een nieuwe nachtmerrie is begonnen. Na een paar jaren krijgt haar moeder haar uit het gesticht.

Billie en haar “Mom”

Twaalf is Billie als ze weer wordt verkracht,  deze keer door een rondreizende trompettist: “Het deed zo’n pijn dat ik dacht dat ik stierf,” schrijft ze. Als Sadie een baantje heeft in New York laat ze haar dochter overkomen. Gootvader Fagan hangt een label om Billie’s nek met haar naam en bestemming erop, oma pakt een tas vol kip en hardgekookte eieren en het kind wordt op de trein gezet.

Billie is dertien jaar, maar wereldwijs genoeg om te beseffen dat het huis waar haar moeder haar in New York naar toe brengt, een bordeel is. Ze vindt het echter fijn. Het is haar kans op mooie kleren. En op een witte telefoon. Maar een goeie prostitué zal ze nooit worden want ze is veel te bang voor seks. Tot overmaat van ramp komt er op een dag een enorme zwarte man die erop staat dat hij Billie krijgt en die haar vervolgens zo hardhandig neemt dat ze dagenlang in bed moet blijven.”Ik doe het nooit meer met zwarten,” zegt ze tegen de volgende zwarte klant. Diep beledigd schakelt die zijn agentvriendjes in. Billie wordt gearresteerd, veroordeeld wegens prostitutie en uiteindelijk voor vier maanden naar de vrouwengevangenis op Welfare Island gestuurd.

Hier heeft ze geluk. Een lesbische bewaakster ontfermt zich over haar. Haar leven lang zou seks met mannen een probleem zijn voor Billie en ze schijnt voortdurend lesbische avontuurtjes te hebben gehad. “Ik was altijd wel de man,” zou ze eens lachend gezegd hebben.

Volgens haar eigen biografie werd zij ontdekt in 1933, toen een dansauditie mislukte, en zij in plaats daarvan werd gevraagd te zingen, maar eigenlijk lijkt het aannemelijker dat zij al in 1930 of 1931 zong in New Yorkse jazzclubs. Natuurlijk kan ze zingen. Ze heeft haar hele leven lang gezongen.

Maar ze wist niet dat je daarmee ook geld kon verdienen. Ze zingt Tralin’ All Alone en als ze is uitgezongen, zit iedereen te huilen in z’n bier en ligt er 38 dollar op het podium. Als je zelf niet rookt, word je wel high van de zware lucht van marihuana die in de jazzkelders en clubs hangt.

De artiestennaam Billie ontleende de zangeres aan Billie Dove, een actrice die zij bewonderde.

Met het begin van Billie’s succes als zangeres begint ook haar carrière in de drugs. Eerst rookt ze alleen jointjes voor een optreden, maar al snel experimenteert ze met cocaïne en heroïne, die haar uiteindelijk de das zullen omdoen. Maar in die tijd, rond haar achttiende, begint haar ster te stralen aan de nachthemel van New York. Met pianist Bobby Henderson speelt ze in alle bekende nieuwe clubs en het duurt niet lang of ze maakt een plaat. Ze krijgt dertig dollar voor de opnamen, als de plaat een jaar later een groot succes begint te worden, probeert ze er nog iets uit te halen, en na veel geharrewar krijgt ze nog 75 dollar..

Al gauw maakt Holiday furore in de New Yorkse jazzclubs, wat resulteerde in een optreden in het vermaarde Apollo Theater. Later speelde zij samen met Lester Young, Count Basie en Artie Shaw. Zij doorbrak de rassenscheiding door samen te spelen met blanke muzikanten.

Holiday werkte voor Columbia aan het einde van de jaren 1930 toen zij kennismaakte met een lied dat Strange Fruit heette. Dit ging over het lynchen van een zwarte man, en was geschreven door Abel Meeropol, een leraar uit de Bronx. Meeropol gebruikte ervoor het pseudoniem “Lewis Allen”.

Zelf krijgt ze keer op keer te maken met flagrant racisme, zoals wanneer ze in een hotel in New York-waar ze de attractie van de avond is-verzoek krijgt om van de dienstlift gebruik te maken. Dikwijls treedt ze op in nachtclubs waar zwarten alleen worden toegelaten als ze bescheiden achteraan gaan staan. Als ze in 1938 op tournee gaat met Artie Shaw en zijn blanke band, is er bijna elke dag wel een incident. Of Billie mag een restaurant niet in, of ze willen niet dat ze in hetzelfde hotal slaapt als de rest van de groep, of ze krijgt beledigingen naar het hoofd geslingerd. Naar het toilet gaan is nog wel het irritantste probleem, vertelt ze in haar autobiografie. Na verloop van tijd doet ze het gewoon langs de weg, waardoor ze een ernstige blaasontsteking oploopt.

In 1947 werd zij gearresteerd voor overtreding van het verbod op drugs, waarna zij een jaar doorbracht in een rehabilitatiecentrum. Alhoewel zij geen licentie meer kon verkrijgen om in New York op te treden, ging Holiday door met concerten geven. Tien dagen na haar vrijlating zong zij in een overvolle concertzaal in Carnegie Hall. Haar blijvende verslaving aan heroïne tastte wel haar stem aan, maar niet haar gevoeligheid en techniek. Uiteindelijk kostte deze verslaving haar in 1959 het leven.

Billie Holiday werd bekend doordat ze een voor die tijd ongekende eigen stijl had. Ze zong niet op de gebruikelijke zoetsappige, keurige manier en had daardoor een grote invloed op zangeressen na haar. Holiday legde vaak accenten na de tel, waardoor de liederen die zij zong een swingender en dramatischer karakter kregen. Het gebruik van onverwachte tonen zijn kenmerkend voor haar stijl, net als de uithalen aan het einde van een lied.

Door het moeilijke leven dat Holiday heeft gehad, klinken de teksten die zij zingt erg overtuigend. Er is een duidelijk verschil te horen tussen nummers die zij in het begin van haar carrière opnam en die van latere datum. Naarmate zij ouder werd, klonk haar stem allengs rauwer en doorleefder.

Drie jaar voor haar dood schreef zij, geholpen door journalist William Dufty, haar autobiografie: Lady Sings the Blues (tevens de titel van een van haar grootste hits). Het verhaal is omstreden, omdat zij nog al eens de hand zou hebben gelicht met de feiten. Het boek vertelt in ieder geval een schrijnend verhaal over druggebruik, door de overheid opgelegde ontwenningskuren en relaties met mannen door wie zij vrijwel zonder uitzondering werd uitgebuit en mishandeld. Lady Sings the Blues werd in 1972 verfilmd met Diana Ross als Billie Holiday.

We schrijven 1948 en Billie Holiday staat in lange glitterjurk voor de microfoon van een rokerig jazzcafé in Philadelphia. Met haar fascinerende, ietwat ijzige, slepende stem gooit ze haar gebroken hart de zaal in met het nummer dat ze zelf geschreven heeft en dat gaat over haar eigen leven, “My man”.

Het publiek luistert ademloos, barst na afloop los in een oorverdovend aplaus. Zelfs de agent van de Narcotica Brigade die er is om haar in de gaten te houden, heeft een traan op zijn kraag.

Terwijl ze hoe langer hoe meer bekend geraakt gaat haar privéleven er zienderogen op achteruit.

Ze ontmoet de ene verkeerde man na de andere.  De enige relatie met een man die altijd goed blijft, is een platonische,  met Lester Young, de saxofonist.

Lester woont een aantal jaren in bij Billie en Sadie en ze genieten van elkaars gezelschap. Hij heeft een groot gevoel voor humor, de fijngevoeligheid van een musicus en hij is niet bang voor vrouwen of voor vrouwelijkheid, dus hij hoeft niet stoer te doen. Het is Lester die Billie de bijnaam Lady Day geeft. Zij noemt hem op haar beurt Prez, afkorting van President, en allebei zullen ze die bijnaam tot ver na hun dood behouden.

In 1941 trouwt Billie met Jimmy Monroe. Hij is verslaafd aan Cocaïne en zam haar meesleuren in zijn verslaving om haar vervolgend in de steek te laten voor een blank vriendinnetje.

Het eerste wat Billie doet  is iemand anders zoeken die haar dope kan verschaffen. Niet lang daarna sterft haar moeder en is ze –zoals ze zegt –  alleen op de wereld.

Ze laat opnemen in een dure privékliniek en kicks met veel moed en moeite af. Bij  het verlaten van de kliniek staat de Narcotica Brigade klaar. Het duurt nog een jaar of twee, maar dan betrappen ze haar met drugs en gaat Billie opnieuw de gevangenis in, deze keer voor een jaar.

Bij haar vrijlating in 1946 is ze nog altijd geliefd bij het grote publiek. Maar een vergunning om op te treden in clubs van New York krijgt ze niet meer, met haar strafblad.

Vrienden doen er alles aan om haar toch te laten optreden. In  musicals, concertgebouwen, in andere steden, in cafés waar geen vergunning nodig is omdat er geen alcohol wordt geschonken.

Een man, John Levy, maakt nog werk van Billie. Hij overlaadt haar met dure kleren en juwelen en koopt zelfs een appartement voor haar. Ze is weer eens verkocht. Maar al snel blijkt dat Levy haar uitbuit en leegknijpt als een citroen: hij boekt vijf optredens per dag voor haar, zeven dagen per week. Als ze het niet meer verdraagt loopt ze weg.

Korte tijd lijkt het of ze toch nog gelukkig kan zijn met een man-Louis Mc Kay, met wie ze trouwt. Er volgt nog een Eurpese tour in 1954 die een groot succes wordt.

Maar het mag niet baten. De heroïne heeft haar onherroepelijk in haar greep.  Ze draagt lange handschoenen om de littekens van het spuiten te verstoppen. Ze valt om op het podium. Maar ze blijft  zingen.

In 1957 verlaat ook Louis haar. Hij kan het niet langer aanzien.

Begin juni 1959 belandt ze in een New Yorks ziekenhuis met een ernstige leverkwaal. Zelfs daar treft een verpleegster haar aan met sporen van wit poeder rond haar neus. De politie wordt ingeschakeld en ze wordt weer gearresteerd. Maar ze zal het ziekenhuis niet meer verlaten. Ze slaagt er nog in om op een warme dag een biertje los te bedelen bij de verpleegsters en zet nog een keer bijna haar bed in brand met een clandestiene sigaret.

Op  17 juli 1959 sterft ze. Ze is vierenveertig.

Dit bericht werd geplaatst in Boek, Jazz, Muziek en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s