De Papin zusjes – De Vermoorde Onschuld.

‘Des Brébis Enragés” (Dolgeworden schapen), luidde het opschrift van het weekblad Détective op 9 februari 1933. Op de cover staan de twee zusjes Christine en Léa Papin, allebei gekleed in diensterjurkje met kanten kraag.

‘Moordende Engeltjes’, stond eronder. ‘Twee monsters die in Le Mans hun mevrouwen de ogen uitrukten. Met lege oogkassen, ingeslagen schedels, maar nog wel in leven, stierven de slachtoffers na een verschrikkelijk lijden.’

De twee zusjes Papin, Christine en Léa, werkten als dienstmeisje bij de vooraanstaande familie Lancelin in Le Mans, een advocaat, zijn vrouw en hun dochter. Er werd van ze gezegd dat het modeldiensters waren, te benijden om hun kunde in de huishouding; ook waren ze mysterieuze huishoudsters, want in ogenschouw genomen dat hun werkgevers weinig medemenselijk waren, kunnen we alleen zeggen dat de hooghartige onverschilligheid van de huishoudsters slechts een antwoord was op deze houding; “men spreekt niet met elkaar.”

Christine was door haar moeder kort na haar geboorte aan het weeshuis toevertrouwd, Léa groeide thuis op. In 1920 ging de toen 15-jarige Christine uit werken. Later voegde haar jongere zusje Léa zich bij haar. Eind jaren twintig kwamen ze terecht bij mevrouw Lancelin, die bekend stond als rechtvaardig maar streng. Ze controleerde de plinten met een witkatoenen handschoen op stofresten, wat in die tijd niet ongebruikelijk was. De twee zusjes leefden teruggetrokken, kwamen op vrije dagen hun “chambre de bonne” nauwelijks uit.

Wanneer meneer Lancelin op 2 februari 1933 ’s avonds thuiskomt treft hij zijn vrouw en dochter in de gang aan in een bloedbad.

Beide zussen hadden één van de ”vijanden” aangevallen, rukten de ogen uit hun kassen (een niet eerder vertoonde wandaad volgens de annalen van de wetenschap) en sloegen ze de hersens in. Vervolgens bewerkten ze de zieltogende lichamen met alles wat in de omgeving gevonden kon worden, de hamer, de schenkkan, het keukenmes. Zevielen de slachtoffers aan, hun gezichten inbeukend en genitaliën blootleggend, ze sneden diep in de dijen en billen van het ene slachtoffer om het geslachtsdeel van de ander met dat bloed te kunnen besmeuren.

Daarna reinigden ze de instrumenten van deze afgrijselijke rites, wasten zichzelf en gingen samen in hetzelfde bed liggen. “Dat hebben we proper geregeld”, was de frase die ze wisselden en die ze terugbracht tot een sobere toonzetting, ontdaan van alle emotie na de bloedige orgie die plaatsgevonden had.

Na nog maar vijf maanden in de gevangenis verbleven te hebben had de van haar zuster geïsoleerde Christine een zeer gewelddadige uitbarsting, met verschrikkelijke hallucinaties. Tijdens een andere aanval probeerde ze haar eigen ogen eruit te drukken. Onverrichterzake, maar niet zonder ze te beschadigen. Deze momenten van furieuze toevallen maakten inzet van een dwangbuis noodzakelijk; eerst voerde ze een soort erotische shows op en toen verschenen de eerste tekenen van melancholie: depressie, voedsel weigeren, zelfbeschuldigingen, daden van boetedoening die weerzinwekkend van aard waren en daarna belandde ze verschillende keren in een hallucinante redevoering. Christine’s verklaring dat ze zulke toestanden simuleerde kan niet aanvaard worden als de werkelijke sleutel tot haar wezen: deze speelsheid werd vaak vertoond, maar haar gedrag kan daarom niet als minder morbide gezien worden.

Op 30 september werden de zussen veroordeeld door de jury. Christine, aanhorend dat haar hoofd afgehakt zou worden op het plein in Le Mans, hoorde het nieuws op haar knieën aan.

Léa kreeg tien jaar dwangarbeid, Christine de doodstraf, maar die werd later omgezet in levenslang.

Ze gaven het hof geen begrijpelijk motief voor hun daad, geen haat, geen verwijt in de richting van hun slachtoffers; het enige wat ze deden was samen de volledige gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen.

Deze geschiedenis werd verfilmd
In  1995  : « La Cérémonie » van Claude Chabrol met o.m. Isabelle Huppert is op deze zaak gebaseerd.

In 2000 : « Les Blessures Assassinés » van Jean Pierre Denis met Sylvie Testud, naar het boek  “L’affaire Papin” van Paulette Houdyer.

Sartre schreef zijn verhaal “Le Mur” erover.
Simone de Beauvoir schreef “La force de l’âge” over deze zaak.

Dit bericht werd geplaatst in Crime, Film en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s