Hendrik Conscience in Halle

In 2012 wordt de 200ste verjaardag gevierd van het geboortejaar van Hendrik Conscience, de man die zoals iedereen weet, zijn volk leerde lezen.

Sedert 1869 te Brussel gevestigd als conservator van de konfnklijke musea, met als residentie het Wiertzmuseum te Elsene, zwerft Conscience gaarne door het dichtbijgelegen, schilderachtige Pajottenland.

Vanaf 1877  wandelt of stoomt hij bij voorkeur naar Halle, of “Hal” zoals Conscience zelf schrijft, waar zijn schoonzoon Gentil Antheunis onlangs als vrederechter was benoemd, want Conscience is dol op zijn kleinkinderen,  Hendrik, zijn petekind en zijn lieveling, Karel en de kleine Bertha. Wij woonden in de de Lembeekstraat nr. 8, nu Louis Theunckensstraat 6.

Gentil Theodoor Antheunis.

Maria Conscience.

Hij vertoefde er graag en maakte veel lange wandelingen met zijn oogappel  en petekind Hendrik Antheunis, de oudste van de drie kleinkinderen. Deze was steeds de primus op school. Conscience zelf verloor, op vijf dagen tijd, zijn twee zonen Hildebert (26 j.) en Hendrikje (12 j.) tijdens een tyfusepidemie in Brussel.

Meestal logeert hij in een landelijke afspanning aan de Ninoofse steenweg « Au repos des Chasseurs, Geerts, dresseur de chiens de chasse “  De volksmond sprak echter gewoon van lamme Gisj , een dialektische verbastering van Geerts . Ook nu nog.

Hondenafrichter Geerts baatte de herberg ‘Lamme Gisj’ uit. Zijn rosse jachthond Comtesse”bezorgde de afspanning een tweede benaming: ‘Het Kasteel van Comtesse’. Het in het roos gekalkte gebouw lag beschut onder de kruinen van iepen en linden.

De zaak was wijd en zijd bekend als de “Jardin de Plaissance”, het eindpunt van de zondagwandeling van de Hallenaren. Het was bij uitstek het ontmoetingsoord voor Halse verliefde koppeltjes en de plaats waar prominenten zoals Hendrik Conscience en Adrien François Servais elkaar ontmoetten. De plaats waar volkslui hun geliefde volkssport ‘bollen’ op de bolleboen konden spelen. Of gewoon voor ne Lambik, nen alveguis, nen deuvel o en zjat kaffei mè of zonder sjik konden nuttigen.

Er bestaat een beschrijving van deze plaats waar Conscience tot in 1882 regelmatig verbleef:

“Een op aartsvaderlijke wijze gemeubeld kamertje, een ijzeren bed zonder gordijnen, een ruwe tafel, een onmisbaar paar schoenen, hier en daar in den muur enige spijkers welke voor kapstok dienden en waaraan ook kleren hangen. Van wastafel geen spoor, want om zich te wassen gaat de meester onder de pomp staan, een gewoonte die hem uit zijn soldatentijd is bijgebleven. Men ziet er noch platen langs de muur noch boeken op de tafel. Men raadt dadelijk dat de meester zich hier tevreden stelt met de taferelen welke de natuur voor zijn ogen ontrolt. Maar Conscience bleef liever buiten in een rieten huisje, gelegen tegenover de herberg.

Daar vertoeft hij lange uren om het landschap te bewonderen dat zich voor hem uitspreidt met een afhellende baan en haar dubbele rij eeuwenoude bomen welke tot aan het kerkhof (hoek Demaeghtlaan en Ninoofsesteenweg) en de eerste huizen van de stad reiken. Het is hier vooral de vreemdsoortige toren der Lievevrouwkerk die op die stad de aandacht van de kunstenaar trekt. Men ontwaart op de achtergrond een rij heuvels welke voorliggende hellingen ons het geelachtig groen van de Vlaamse weiden vertonen en welke kruinen door donkere bossen bekroond worden tot op die hoogte, waar zij zich aan den gezichtseinder verliezen…

Onttrekt zich de meester soms aan de natuurbespiegelingen, dan is het alleenlijk om zich met zijn kruidenboek bezig te houden. Verscheidene katernen vloeipapier liggen verspreid over één van de tafels van het zomerhuisje. Zij bevatten de planten, welke de natuurvorser-romanschrijver moet drogen, en welke schatten hij nooit verlaat dan ze na tegen de grillen van Borias beschermd te hebben door ze met rode bakstenen, zijn papierknellers, te bedekken.”

Als man van het volk, pretentieloos en eenvoudig, vond hij hier de rust om de bosrijke heuvelen en de deinende akkers en weiden uit de omgeving te beschrijven, zoals in zijn boek ‘Eene verwarde Zaak’, dat reeds verscheen in 1874, dus vóór de bovengemoede periode.

De gebeurtenissen spelen zich af in Halle, Essenbeek, Dworp en Beersel.

Aan de gevel van de nog steeds bestaande, maar grondig gerestaureerde herberg herinnert een gedenkplaat aan Conscience’s verblijf aldaar.

Eene Verwarde Zaak (1874)

Deze roman speelt zich af in 1741 in en rond Dworp en Beersel. Vader en zoon Couterman worden beschuldigd van doodslag op een zekere Marcus Cops. Dit wil zeggen … zij beschuldigen zichzelf want Cops is inderdaad dood.

De molen De Becker.

De mooie Cilia Roosens was de verloofde van de jonge Couterman, Urbaan, maar Marcus Cops wil zich daar niet bij neerleggen en zal alles in het werk stellen om dat huwelijk dat, na de nodige “zakelijke” onderhandelingen tussen beide families, nu toch zou kunnen doorgaan, te beletten.

Op de kermis te Beersel komt Cops dronken aan en verpest het feest.

Op de terugweg naar Dworp komen de beide Coutermannen, met hun knecht Blasius Slijpsteen, in een hinderlaag te vallen. Er ontstaat een korte schermutseling en Cops blijft dood achter.

Beide Coutermannen beschuldigen zichzelf, en komen in de kerker terecht van het Gravensteen. Het Gravenhof, waar de “schuldigen” werden opgesloten was in die tijd nog een burcht met toegangswegen langs bijde kanten.

De vierschaar zal oordelen.

Daar verschijnt echter de knecht Blasius die bekent dat hij eigenlijk uit wettige zelfverdediging Marcus Cops heeft gedood.

De vrijspraak volgt voor alle drie.

Dit “verwarde” verhaal geeft Conscience de gelegenheid om de mooie streek te beschrijven.

Samen met Urbaan wandelen we in het begin van het boek langsheen de molen De Becker, in de roman het huis van de famlie Roosens waar ook de lieftallige Cilia woont, op een boogscheut van de hoeve van de familie Couterman.

De schandpaal te Dworp, of de “Kake” (Kaak, van “aan de kaak stellen”) is een symbool van de macht van de heer van Dworp, en zijn rechtspraak.

Nog enkele nota’s .

Het is ook interessant te verwijzen naar het feestprogramma ‘Conscience achterna’ dat Halle en Beersel samen op poten zetten (zie www.conscienceachterna.be.)

In het Zuidwestbrabants Museum loopt van 22 april tot 31 oktober een expo over ‘Hendrik Conscience in de Zennevallei’.

Sinds gisteren is ook het boek ‘Hendrik Conscience in Halle, de stad “waar hij gaarne verbleef”. Conscience in de Zennevallei (1851-2012)’ verkrijgbaar.

Dit bericht werd geplaatst in Boek, Geschiedenis, Halle, Schrijvers en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s