De Moord op Julien Lahaut

Julien  Lahaut (Seraing, 6 september 1884 – Seraing, 18 augustus 1950) was een Belgisch politicus en leider van de Kommunistische Partij van België. Hij werd vermoord een week nadat Boudewijn op 11 augustus 1950 de eed als koning aflegde. Lahaut zou op de plechtigheid de republikeinse kreet: “Vive la République” hebben geroepen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog nam Lahaut deel aan de campagne van het Belgische pantserkorps Autos-Canons (ACM) aan het front van Galicië. Hij bracht er het tot onderofficier in die campagne en maakte met de ongeveer 400 andere ACM-leden alle avonturen van het korps mee.

Na de oorlog werd Lahaut secretaris van de metaalarbeiders van de socialistische vakbond in Luik. Hij speelde een belangrijke rol in alle grote stakingen tijdens het interbellum. Ook in de Communistische Partij van België was hij belangrijk leider. In 1941, bij de inval van de nazi- legers in Rusland, werd hij opgepakt door de Gestapo. Hij werd naar het concentratiekamp Buchenwald gebracht waar hij door zijn altruïstische houding als bijnaam kreeg: “l’homme qui a le soleil dans sa poche”.

Na de Tweede Wereldoorlog werd hij voorzitter van de KPB, die op dat moment op het toppunt van haar populariteit stond. Hoewel niet de voorzitter, maar wel secretaris-generaal Edgard Lalmand de echte partijleider was, werd de welbespraakte Lahaut een populaire politicus.

Toen prins Boudewijn op 11 augustus 1950 in het parlement de eed aflegde als plaatsvervanger van zijn vader koning Leopold III, een gebeurtenis die het formele einde van de Koningskwestie vormde, werd de plechtigheid verstoord door de kreet “Vive la République”. Lahaut werd aangeduid als diegene die dit had geroepen. In werkelijkheid hebben verscheidene communistische parlementsleden onder wie Henri Glineur – ook Lahaut – dit geroepen.

Julien Lahaut werd vermoord nauwelijks een week die uitroep in het parlement. Op zijn begrafenis waren er meer dan 100.000 rouwenden. Het gerechtelijk onderzoek dat daar op volgde onder leiding van onderzoeksrechter René Loupe werd zonder gevolg in 1972 afgesloten.

De schuilnaam van de moordenaar werd publiek in 1985: ene “Adolphe” uit Halle. De echte naam — François Goossens — werd in 2002 publiek gemaakt. ‘Adolphe’ zat in de Tweede Wereldoorlog in het Leopoldistisch verzet. Een groot deel van dit verzet kwam in anticommunistisch vaarwater terecht. De strijd om de terugkeer van Leopold III bracht een enorme polarisatie teweeg. De Koude Oorlog woedde alom.
‘Adolphe’  (François Goossens dus) maakte deel uit van een door de CIA opgezet “stay-behind netwerk” (Gladio). De volledige waarheid is nooit volledig naar boven gekomen.

Het in 1983 uitgebrachte boek van historici Rudi Van Doorslaer en Etienne Verhoeyen had het over drie commandoleden van de gewezen Halse Verzetgroep “De Fret” : de Limburgse verzetsleider en communistenhater François Goossens die de schoten loste met als medeplichtigen een zoon en schoonzoon van de toenmalige Halse burgemeester Devillé (CVP).

Alledrie de mannen zijn al overleden. Het was dan ook onverwacht dat de documentairemakers onlangs in Halle op een vierde man stootte die spontaan de moord bekende.

Hoewel hij anoniem wil blijven, verraadt hij zichzelf door de twee medeplichtigen van Goossens als ”mijn broer en mijn schoonbroer” te benoemen. Van alle burgemeesterszonen van Devillé is enkel Eugène Devillé nog in leven. ”Onze getuige wilde enkel spreken als we zijn anonimiteit konden waarborgen. Hij liet dit zelfs contractueel vastleggen, wat bewijst dat hij ondanks zijn hoge leeftijd nog zeer lucide is”, reageert Gyselbrecht.

”Verwacht dus niet dat ik ga bevestigen dat het om Eugène gaat. We kwamen hem toevallig op het spoor. Door gesprekken met tijdgenoten wilden we de sfeer van de koude oorlog in Halle schetsen. Heel zijn leven had hij gezwegen, zelfs tegen zijn familie. Hij leefde in de waan dat hij nog altijd in de gevangenis kon vliegen. Toen wij duidelijk maakten dat dat niet het geval was, ging de stop ineens uit de fles.”

De man beweert dat Goossens hem gevraagd had hem te vergezellen naar het huis van Lahaut in Seraing. Ze zouden het samen doen. Maar toen Lahaut in de deuropening verscheen, gaf Goossens geen kick. ”Ik heb toen geschoten”, aldus de bejaarde nu. Dat Goossens achteraf op café in Halle opschepte dat hij ”dén communist” had geëxecuteerd, was altijd blijven steken.

“Keerpunt”  vond nu een vierde dader, ook uit Halle. Die is de echte schutter, zo beweert hij. Tot nu toe werd aangenomen dat oud-verzetstrijder en royalist François Goossens de dodelijke schoten had gelost. Maar volgens de man uit Halle vuurde Goossens enkel een schot af bij het weglopen. Historici vragen zich vooral af wie de opdrachtgevers waren van de moord.

Deze vierde man zou dus de dodelijke schoten gelost hebben toen Julien Lahaut zijn deur opende, terwijl François Goossens enkel een schot heeft gelost bij het weglopen. Het artikel in het dagblad De Morgen (4 december 2007) wijst in de richting van de enige in 1950 reeds volwassen zoon van de toenmalige Halse burgemeester die nu nog in leven is (‘nu’, d.i. op 4 december 2007, datum van het krantenartikel).

Goossens was echter de leider van de groep. Hij werkte voor het stay-behind netwerk en was eveneens een spion voor monseigneur Leclef, privésecretaris van de Belgische kardinaal Jozef Van Roey.

Na de aanslag was er nog in 1951 een geheime vergadering in het minderbroedersklooster bij de paters conventuelen in Halle.

Aanwezig waren :  ‘Adolphe’ (François Goossens), Pierre Potargent (die bij de staatsveiligheid werkte),  André Moyen (extreem rechts inlichtingen agent. Hij was verbonden aan de militaire veiligheidsdienst SDRA en eveneens medeoprichter in België van Operatie Gladio), Jean Peeters (Directeur van de Sociale werken van de stad Halle en ondervoorzitter van het Nationaal Verbond  van Weggevoerde Arbeiders, een van de notabelen van Halle, die ook banden had met het aartsbisdom van Mechelen, de pauselijke nuntius in Brussel en het kasteel van Laken) en Monseigneur Leclef (de privé secretaris van Kardiaal Van Roey).

Opzet van deze vergadering was waarschijnlijk een lek te dichten naar de Staatsveiligheid toe over de identiteit van de aanslagplegers. Achteraf voelde Goossens zich beschermd door God en Koning.

Een ander eigenaardig element is het onderzoek van de Luikse onderzoeksrechter René Loupe. Hij kreeg op 2 oktober 1950 een nota van de Staatsveiligheid waarin gemeld werd dat Goossens zich beroemde op de moord op Julien Lahaut. Die nota werd naar hem doorgestuurd door de Brusselse procureur-generaal Pholien, broer van de toenmalige eerste minister Joseph Pholien, die daags na de moord had gezegd dat “niets onverlet zou gelaten worden om deze moord op te lossen”. Deze onderzoeksrechter liet honderden, soms waanzinnige, tips natrekken maar legde nooit Goossens op de rooster. Goossens kon zelfs deelnemen aan de rally van Francorchamps met de auto gebruikt bij de moord. De Vanguard – waarin de aanslagplegers naar Luik waren gereden en terug – was nochtans duidelijk beschreven door ooggetuigen. Diezelfde auto werd op 27 augustus 1951 ook door Goossens gebruikt bij een handtasdiefstal op Frederika Stern. In deze handtas zaten documenten van de Belgische communistische partij, die later doorgespeeld werden naar Moyen.

De Colt.45 van Goossens werd door de dochter van Goossens in 1977 in het kanaal Brussel-Charleroi gegooid. Maar het echte moordwapen stond tot einde jaren 80 te pronken op de schoorsteenmantel van een van de Devillés. Het wapen werd er gestolen na een inbraak.

In december 2007 hebben de Belgische senatoren Patrik Vankrunkelsven (Open Vld) en Josy Dubie (Ecolo) een wetsvoorstel ingediend tot oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie in deze zaak. Ook toenmalig Senator Pol Van den Driessche CD&V heeft een gelijkaardig voorstel ingediend.

Aan het SOMA (Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij) wordt gevraagd bijkomend archiefonderzoek te verrichten, sinds de klassering van de zaak in 1972. Er zijn ondertussen nieuwe feiten aan het licht gekomen rond deze politieke moord; getuigen hebben gesproken en er volgde een bekentenis.

We wachten op de resultaten.

Dit bericht werd geplaatst in Boek, Geschiedenis, Halle en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s