Irma Laplasse (1904 – 1945)

Irma Laplasse werd op 9 februari 1904 geboren te Schore als Irma Swertvaeger. Als ze twintig is trouwt ze met Henri Laplasse en gaat met hem wonen in een hoeve te Oostduinkerke.

Henri werd  lid van het “Vlaamsch Nationaal Verbond” (VNV). Hun zoon Fred werd eerst lid van de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV) en vervolgens lid van de Fabriekswacht. Hun dochter Angèle werd actief bij de Dietsche Meisjesscharen.

Irma zelf was bij geen enkele vereniging aangesloten.

Op 21 december 1944 wordt Irma Laplasse door de Krijgsraad te Brugge ter dood veroordeeld wegens verraad en verklikking. Ze zou de dood van zeven verzetslieden op haar geweten hebben toen Duitse soldaten poogden haar gevangengenomen zoon te bevrijden uit de handen van de Witte Brigade.

Op 10 februari 1945 bevestigde het Krijgshof te Gent de doodstraf. Irma Laplasse werd op 30 mei 1945 terechtgesteld te Brugge.

We zijn op het einde van de tweede wereldoorlog, september 1944.

Op 7 september wordt Diksmuide bevrijd door de geallieerden. De Duitse bezettingsmacht komt hierdoor in een moeilijk parket, en trekken zich terug naar Groenendijk Bad (tussen Oostduinkerke en Nieuwpoort).


Hier was een commandobunker, vijftien bunkers voor manschappen en munitie gelegen. Er stonden ook zes 155mm-kanonnen.

Het Geheim Leger, of de “witte brigade” besloot hier wat aan te doen. Als basis fungeerde de gemeentelijke jongensschool.

Toen het nieuws van de bevrijding van Diksmuide door het Canadese leger Oostduinkerke bereikte begon de bevolking te plunderen. Reeds in de donderdagnamiddag was de bevolking de Duitse magazijnen in de Ermitage, een villa, en in het Pension Les Nids aan het plunderen. De oorlogsburgemeester Vermeersch, die van de Duitsers het bevel gekregen had om slechts op vrijdagmiddag 12.00 uur de goederen te verdelen onder de bevolking, probeerde diezelfde vrijdagmorgen omstreeks 10.00 een einde te maken aan de plundering.

Diezelfde voormiddag echter had het verzet een 23-tal Duitsers, komende vanuit Frankrijk en in de overtuiging dat ook de kustbatterij in Canadese handen was, krijgsgevangen kunnen nemen. Op weg naar het dorp namen de verzetslieden ook nog enkele `zwarten’ op, waaronder de zoon van Irma Zwertvaegher, Fred Laplasse, omdat deze een fabriekswachter in Henegouwen was geweest. De gevangenen werden opgesloten in de jongensschool maar rond 14.00 uur verliet een compagnie Duitsers de kustbatterij, o.l.v. majoor Corneille, die omstreeks 16 uur de school naderden.

’s Middags gaat een compagnie Duitsers naar het dorp om de geplunderde goederen weeer op te eisen. Ze stuiten er echter op verzet. Er ontstaat een vuurgevecht en er sneuvelen meerdere verzetslieden.

De krijgsgevangenen worden bevrijd en de “zwarten” worden ondergebracht in een huis in de buurt van de school. Op dat ogenblik waren echter twee Canadese tanks in aantocht. Eén van de tanks werd opgeblazen en de anderen vluchtte weg.

De “zwarten” werden nu aan hun lot overgelaten. De Duitsers schoten als represaille enkele obussen af op het dorp waarbij er verschillende mensen omkwamen. Het afweer van Duitsers was echter nutteloos want de volgende nacht bezetten de Canadezen Oostduinkerke.

De 200 à 300 Duitsers die zich verschanst hadden in de batterij van Groenendijk hebben zich uiteindelijk op dinsdag 12 september 1944 overgegeven.

Na de aanhouding van haar zoon Fred was Irma Laplasse doodsbang omdat zowel haar man als zoon lid waren van het VNV. Haar man Henri was ’s morgens reeds vertrokken om in de duinen hout te gaan rapen maar keerde niet terug. Irma Laplasse vermoedde dat hij onraad geroken had en zich bij zijn moeder ,die iets verderop woonde, verschuilde . Omstreeks 15.00 uur vertrok Irma ,samen met haar dochter Angèle, via een omweg daarnaar toe. Ze deden dit omdat ze niet alleen vreesden de verzetslieden terug tegen te komen, maar ook omdat de korste weg met mijnen bezaaid was.

Onderweg kwamen ze een Duitser tegen waaraan ze het verhaal vertelde van haar zoon die opgepakt was door de “witten”. In haar dagboek schrijft ze : ” Ik in mijn angst en smart ben met mijn dochter, naar vader zoekend, een Duits schildwacht tegengekomen en heb hem de aanhouding van mijn zoon meegedeeld “.

Irma en haar dochter kwamen pas laat terug thuis. Zelfs Fred was voor hen thuis gekomen.

Het verzet vond dat er “verraad in het spel” was en zoch naar de verklikker(s).

Men arresteerde op 10 september een vrouw met het vermoeden dat zij telefonisch de Duitsers had ingelicht van hun gevangenen genomen kameraden.

Zij werd mishandeld en werd `s anderendaags bij gebrek aan bewijzen vrij gelaten. Enkele dagen later werd Emiel Deriddere en zijn dochter aangehouden, omdat zij voor de Duitsers werkten en zij de gelegenheid gehad zouden hebben hen telefonisch op de hoogte te brengen. Volgens de getuigen Isidoor Engelbrecht en Jeroom Gevaert ( die hun verklaringen aflegden één dag na de aanhouding van Irma Laplasse !), beiden lid van het verzet, zagen zij door hun verrekijker op vrijdag 8 september hoe twee vrouwen spraken met de Duitsers van de verkenningspost. De verdenking van verraad viel direkt op Irma Laplasse en haar dochter Angèle toen die laatste verklaarde, tijdens een verhoor door Counye in het hoofdkwartier van het Geheim Leger, dat ze de namiddag voorbij de Duitse batterij gegaan waren.

Op zondag 1 oktober 1944 werden Irma en Henri verhoord .’s Anderendaags werd zij, samen met haar dochter, opgesloten op verdenking van ` de Duitsers te hebben verwittigd van het in actie komen van het Armée Secrète van Oostduinkerke’.

Op 2,3 en 4 oktober werden Irma en Angèle door de bevolking onmenselijk behandeld en in de late namiddag vertrekken zij naar Veurne.

Op 5 oktober wordt Angèle vrijgelaten maar door protest van de verwanten van de omgekomen verzetslieden plaatst de kinderrechter haar in het heropvoedingsinstituut van de Zusters van Liefde te Gent.

Op 12 december 1944 verschijnt Irma Laplasse voor de krijgsraad te Brugge onder de beschuldiging van verraad en verklikking en krijgt op 23 december daarvoor de doodstraf. Het beroep voor het krijgshof te Gent wordt verworpen en op 30 mei 1945 wordt zij in de gevangenis te Brugge geëxecuteerd.

Na de ophefmakende verklaring van professor Van Isacker dat een in 1971 nog levende kroongetuige toegaf valse verklaringen te hebben afgelegd, vroeg de toenmalige minister Wathelet op 23 februari 1994 een herziening van het proces.

In 1995 verscheen er bij uitgeverij J.M.P.-Trends het boek `Executie zonder vonnis’ van journalist Jean-Marie Pylyser.

Tot nu toe was de officiële versie dat Henri Laplasse zich had verstopt bij zijn moeder en dat Irma was gaan zien of alles goed was.

Eigenaardig is dat de man, nochtans een “zwarte”, nooit in twijfel is getrokken. Zelfs direkt na de feiten werd hij nauwelijks verhoord.

Men ging ervan uit dat haar man, Henri niets met de zaak te maken had. Maar nu zou blijken dat Henri Irma misschien wel heeft verplicht om de Duitsers te verwittigen. Jean-Marie Pylyser geeft in zijn boek dus een heel andere kijk op de zaak. De reden waarom hij voor de titel ‘Verzwegen schuld’ koos, ligt dus voor de hand.

Na haar ‘laatste afscheid’ eerst van Angèle, daarna van haar man en zoon, op 29 mei 1945, luchtte Irma Laplasse nogmaals haar hart in haar dagboek. Betekenisvol was ook dat ze toen aankondigde dat ze ’s anderdaags een laatste gunst zou vragen aan de auditeur nl. om hen alle drie zo spoedig mogelijk in vrijheid te stellen. “Misschien zal mijn sterven u nog ten goede komen” hoopte zij.

Nochtans, in haar laatste brief aan Angèle, op 30 mei 1945, amper enkele uren voor haar terechtstelling, deed zij te midden van haar moederlijke aanmoedingen deze zonderlinge uitspraak: “Misschien komt alles nog aan het licht en zullen ze uw moeder in ere herstellen”. Voor de eerste maal, enkele uren voor haar dood, gaf zij daarin eigenlijk te kennen dat nog ‘niet alles’ boven water gekomen was en dat ze hoopte dat ‘ze’ haar hierom in ere zouden kunnen herstellen

Deze laatste eigenaardige zin, geschreven op de avond voor haar executie, is voor Jean-Marie Pylyser het argument om te zeggen dat deze vrouw misschien wel eens zou kunnen gestorven zijn in de plaats van haar man.

Het mysterie blijft bestaan.

Het Hof van Cassatie te Brussel verbrak op 30 mei 1995 – precies vijftig jaar na de terechtstelling – het arrest van de Krijgsraad te Brugge.

Op 7 december 1995 begon het herzieningsproces, en het nieuwe arrest werd uitgesproken op 14 februari 1996. Daarin werd met twee zaken rekening gehouden:

1. De bewering van Irma Laplasse dat zij het deed om haar zoon te (laten) redden uit de handen van de Witte Brigades:

“Door in de gekende omstandigheden aan een Duits militair mee te delen dat het lokale verzet openlijk in actie was gekomen, deed beklaagde aan de vijand aangifte van een werkelijk feit dat de enige persoon, met name de weerstanders die tot de aanhouding van Frederik Laplasse overgingen en hun wapenbroeders, kon blootstellen aan zijn opsporingen, vervolgingen of gestrengheden. (..) Beklaagde bekende het wederrechtelijke karakter van haar gedraging. Zij kon niet anders dan weten dat zij, door aangifte te doen, de verzetslui die haar zoon hadden aangehouden, aan vervolgingen van de vijand blootstelde. Zij deed dit willens en aanvaardde het risico, weliswaar om zodoende het andere doel te bereiken dat zij nastreefde, de bevrijding van haar zoon.”

2. Dat zij de enige informatiebron was die de Duitse soldaten toeliet op te treden tegen de verzetslieden.

Irma Laplasse werd aldus in 1996 postuum veroordeeld tot levenslange hechtenis, en vervallen verklaard van haar burgerrechten, titels, graden, openbare ambten, bedieningen en diensten waarmee zij bekleed was.

Dit bericht werd geplaatst in Oorlog en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s