De Engelen van Pervijze

Pervijze lag tijdens WOI vlak tegen de Belgische eerste linie (langs de spoorwegbedding). In de voormalige pastorie, gelegen ten W van de in 1895 verdwenen Sint-Katharinakerk, werd tijdens WOI een observatietoren gebouwd. Van hieruit konden de waarnemers de vijandelijke artillerie observeren en de gegevens doorseinen aan de eigen artillerie, of volgden ze de vijandelijke troepenbewegingen, de aanleg van nieuwe versterkingen… Tijdens WOII bouwden de Duitsers een tweede observatiepost van rode baksteen op de constructie uit WOI. In WOII fungeerde de toren eveneens als mitrailleurspost.

Twee Britse verpleegsters richten eind november 1914 een eerste hulppost in. Elisabeth Knocker ziet veel gewonden veel te vroeg overlijden. Dit komt omdat de afstand en het noodzakelijke vervoer kostbare tijd in beslag nemen. Ze wil daarom dicht bij de frontlijn de eerste zorgen kunnen toedienen.

In Pervijze (bij Diksmuide) werkt ze samen met Mairi Chisholm in een kelder op nog geen 50 meter van de frontlijn. Beide verpleegsters nemen hun intrek in de kelders van de woning waar voor de oorlog burgemeester Constandt woonde en die nu bewoont wordt door de familie Demolder. Elisabeth bekomt van de Duitsers zelfs een ongewone gunst. Ze mag de gewonden die tussen de linies zijn blijven liggen, gaan ophalen. Eerst brengt haar hondje een verzoek over naar de bevelvoerende Duitse officier. Die geeft dan meestal toelating. Er zal niet worden gevuurd, maar ze moet wel haar hoofddeksel van verpleegster dragen en geen helm.

Mrs. Knocker, die op 19 januari 1916 in het huwelijk zou treden met de Belgische piloot Harold de T’ Serclaes, heeft de oorlogsgruwel zelf van dichtbij meegemaakt. Nadat haar man kort na de wittebroodsweken stierf, keerde haar zoon Kenneth 25 jaar later niet terug van een luchtopdracht boven Duitsland. Persoonlijk leed heeft deze vrouw er echter nooit van kunnen weerhouden om aan het front zelf hulp te gaan verlenen.

In Pervijze dat door de geweldige beschietingen van een dorpje veranderd was in een vormeloze hoop stenen met dode paarden, koeien en schapen tussen het puin, werd de eerste hulppost opgericht in de kelder van een huis dat nog tamelijk intact gebleven was. Op enkele meters van de loopgraven, die van het dorp een verdedigbare stelling moesten maken, installeerde Mrs. Knocker haar infirmerie, waar zij – bijgestaan door verpleegster Mairi Chisholm bijgenaamd “Gipsy” en twee soldaten – arbeid van onschatbare waarde zou verrichten.

Over de levensomstandigheden en de locatie van ‘the cellar house’ staat het volgende te lezen in ‘The cellar house of Pervyse’ :

“Gipsy was ervan overtuigd dat er geen enkel huis was waarin ze konden verblijven en ze had gelijk : maar er was een kelder – twee in feite – en in één van beide kelders werden de twee vriendinnen ondergebracht om er samen te leven en te slapen. Je bereikte de kelders langs een steile trap vanaf het vernielde gelijkvloers….

…Om een duidelijk zicht te hebben van Pervijze is het noodzakelijk om het dorp binnen te komen vanuit Veurne waar de weg verschillende bochten maakt en waarvan het laatste stuk rechtdoor loopt tot binnen het bereik van de Duitse beschietingen….

…Ieder huis langs de kant van de weg is beschadigd door de voortdurende bommenregen…

…Aan het einde van het dorp stond de kerk die oorspronkelijk een korte dikke torenspits had, maar de toren is ondertussen afgeschoten. Over die toren schreef wijlen Miss MacNaughtan : een vervallen kerk als een wachtpost met beide ogen uitgeschoten. Enkel een blind gezicht bleef over. Er waren grote gaten in de toren en het uurwerk was er afgevallen. Het kerkhof zag er uit alsof er een duivel de kruisen had omvergeworpen en de graven opgedolven….

…De twee kelders waren gelegen aan het einde van het dorp, het gevaarlijkste deel vlakbij het Duitse geschut. Water was er schaars en toen ze er de eerste keer kwamen moesten de twee water halen uit de sloot en zo is het waarschijnlijk wel waar dat ze water dronken dat kwam van het kerkhof waar de lichamen lagen van gesneuvelde Duitsers…

…In een rechte hoek ten opzichte van de hoofdstraat liggen de spoorweg en de straat van Nieuwpoort naar Diksmuide … en langs de spoorweg liggen de Belgische loopgraven die uitkijken over het overstroomde land erachter…

…De Veurnestraat stopt niet aan het einde van de linies maar loopt verder door in de overstroomde gebieden als een wijzende vinger… De Belgische voorposten liggen een heel eind verder…

De straatzijden zijn bezaaid met dode dieren. 27 koeien, 5 schapen, 8 varkens en 3 paarden konden geteld worden vooraleer de voorpost werd bereikt. Staand aan de Belgische zijde en kijkend vanop een observatiepost (= het stationsgebouw) over het water, leek het op een zee hier en daar onderbroken door eilandjes…

Hier namen de twee “Engelen van Pervijze” hun intrek. De muffe geur van het stof van oude bakstenen en mortel overheerste alles. Geen comfort, geen gezelligheid. De kelder was ongeveer 10 voet (3 meter) bij ongeveer 12 voet (3,5 meter) en zo laag dat Gipsy, die niet groter is dan gemiddeld, nog juist recht kon staan. Mairi had natuurlijk meer plaats met haar kleinere gestalte en ook voor de meeste Belgische soldaten was de ruimte hoog genoeg.

… ‘De loopgraven waren slechts 50 yards (= ongeveer 45 meter) ver en de mannen die op wacht hadden gestaan of die probeerden te slapen in hun ijzige kleine schuilplaatsen waren zeer dankbaar en begroetten de fantastische Engelse dames enthousiast terwijl ze hun kleine soeptassen uitstaken met hun stijve halfbevroren vingers…’

Mrs. Knocker schrijft verder :

‘Het had onophoudend geregend in de streek en alles was overstroomd. In onze kelder stond dertig centimeter water en hij was onbruikbaar. In het ander huis, dat wij ook ingericht hadden, gutste het water door het dak en we leefden in oliejekkers en rubberlaarzen bij ons werk. De mannen in de loopgraven stonden kniediep in het water en we kregen de handen vol met mensen die aan kramp, rheuma en neuritis leden. Onze moeilijkste patiënten waren de grote honden, die bij de machinegeweer-secties werden gebruikt. Van tijd tot tijd kwamen ze binnen met kogelwonden en als ze pijn hadden konden deze dieren echt kwaadaardig zijn. Er was een verschrikkelijke reeks hoofdwonden.

Bij sommige mannen was de schedel weggeslagen en kon men de hersenen zien liggen. Dan legden we deze mannen al klaar om begraven te worden en verzamelden hun persoonlijke bezittingen om deze naar de familie te zenden.’

Later werd het te gevaarlijk in de kelders vlakbij de loopgraven en moesten beide verpleegsters tot tweemaal toe verder achteruit trekken, iets verder van de frontlinie in de Veurnestraat.

In januari 1915 werden beide verpleegsters onderscheiden met de orde van Leopold II die hen door koning Albert persoonlijk werd opgespeld.

Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, Oorlog en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De Engelen van Pervijze

  1. de paepe walter zegt:

    twee heldinen nooit vergeten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s