Ellen La Motte – The Backwash of war (Het kielzog van de oorlog)

Ellen La Motte – The Backwash of war (Het kielzog van de oorlog)

Of het menselijke wrakhout van het slagveld, gezien door een Amerikaanse hospitaalverpleegster

Ellen N. La Motte kwam in 1915 vanuit Kentucky vrijwillig naar Europa om er achter de linies te werken. In een veldhospitaal op een paar kilometer afstand van het front in België anno 1916 werd ze geconfronteerd met de gruwelijkheden van de loopgravenoorlog. Ze zag soldaten uren-, dagen-, wekenlang lijden en creperen.

Als verpleegster ervoer La Motte aan den lijve hoe het bedrijf werkt dat oorlog heet, de machinerie van dood en verderf, opportunisme, onverschilligheid en idiote ambities. Ze besloot erover te schrijven, niet haar ogen te sluiten, maar haar impressies, gevoelens en gedachten zo realistisch mogelijk tot uitdrukking te brengen. Haar verhalen zijn zo illusieloos, zo deprimerend, zo sarcastisch ook, dat de publicatie ervan nog tijdens de Eerste Wereldoorlog in haar geboorteland Amerika leidde tot een verbod van het boek.

Geen heldhaftige soldaten, geen stoere knapen, maar zwaar gewonde jongens, kinderen vaak, die ze niet kon helpen. Ze schreef er verhalen over, die verzameld werden in dit kleine boekje.

Het werd prachtig vertaald door Erwin Mortier, die zelf pas een boek over de Eerste Wereldoorlog heeft gepubliceerd, en dit boekje tegenkwam bij zijn onderzoek voor dat boek. In zijn voorwoord vertelt hij wie La Motte was, en hoe het boek tot twee keer toe verboden werd in Amerika.

Als je deze verhalen leest begrijp je wel dat het werd verboden. Niemand zou immers nog “vol goede moed” ten oorlog trekken als hij dit gelezen had. En wat te denken van de achterblijvers, die zouden lezen hoe hun geliefden misschien wel in dat of een ander hospitaal zou liggen…

‘Er bestaat volk genoeg dat je de nobele kanten beschrijft, de heroïsche kant, de geëxalteerde kant van de oorlog. Ik moet je schrijven wat ik gezien heb, de andere kant.’

‘Door uitnemende chirurgie, door uitnemende verpleging, zouden sommigen naar huis kunne terugkeren, réformés, voor het leven verminkt, een last voor zichzelf en de maatschappij. Anderen zouden weer genezen, sterk genoeg om weer veertig kilogram aan marsuitrusting te torsen, en in de vuurlinie weer aan flarden te worden geschoten.’

Een verhaal over een soldaat die geprobeerd heeft zich van het leven te beroven, maar daar in heeft gefaald: hij wordt verpleegd, tot hij weer gezond is, zodat men hem tegen een muur kan zetten en dood schieten. La Motte zegt cynisch:

‘ze verbonden elke dag zijn wonden. Meerdere meters gaas waren nodig, gaas voor zoveel franc per rol. Erg veel ether, erg veel jodium, erg veel windsel – een dure zaak, kortom. Al die verspilling voor een man wie de kogel wachtte zodra hij gezond genoeg was.’

Haar verhalen zijn geen verzinsels, al zijn ze misschien niet helemaal echt gebeurd, ze zijn stuk voor stuk waar. Het klopt helemaal dat Generaals in vol ornaat de zaal op kwamen waar een man gedecoreerd zou worden. De hele plechtigheid was in vijf minuten voorbij, sneller nog als er niemand in de buurt was die zag wat er gebeurde. Een onderscheiding is snel opgespeld immers. Generaals spelden routineus goedkope medailles op de menselijke wrakken die snel zouden sterven en maar vaak nog beseften dat het stukje metaal dat hen opgespeld werd zowat de officiële bevestiging inhield van hun levenseinde. Tactloze, inhoudsloze erkenningen van vermeend heldendom dat als klatergoud vervalt in het aanschijn van de dodelijk verminkten.

Schrijnend ook is het verhaal over de tienjarige jongen die in het café van zijn ouders geraakt is door een shrapnel (deel van granaat), vooral de toon waarop ze het vertelt geeft duidelijk weer hoe men tegen de situatie aan keek.

‘Want de Belgische burger, tien jaar oud, was in de buik getroffen door een Duitse granaat, of een scherf van een granaat, en er viel niets anders te doen dan proberen die te verwijderen. Een hopeloos geval was het toch. Zonder operatie zou het joch sterven, of tijdens de operatie zou hij sterven, of hij zou sterven na de operatie.’

Alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is weigert de moeder van de jongen aanvankelijk om te komen, ze kan niet gemist worden in het café, zegt ze. Onder dwang komt ze dan tenslotte.

Weer andere verhalen vertellen over dienstweigeraars; over een vader die er zo lang in geslaagd is om zijn enige zoon uit de oorlog te houden en hem dan tenslotte toch terug ziet komen, althans wat er over is.

‘Vanuit de operatiezaal worden ze naar de ziekenzalen gebracht, de met verband omzwachtelde hopen die van de operatietafels komen, de hopen die ooit mannen waren. De propere bedden in de zaal worden opengeslagen om hen te ontvangen, om de roerloze, omzwachtelde hopen te ontvangen die van de brancards op de bedden getild, geschoven of gerold worden. Telkens weer, de hele dag lang, komt de processie van brancards de zaal in. De dragen die voorop loopt trapt met zijn knie de deur open en laat een striemende winterregen voor zich uit naar binnen, die de kaarten en papieren op de tafel doet dansen, en de alcohollamp dooft waarboven de injectienaald kookt. Iemand slaat de deur dicht. De bewusteloze vorm wordt in het bed geladen. Hij is zwaar en het bed buigt door onder zijn gewicht. De brancardiers rapen hun rode dekens samen en druipen weer af, ze laten kluiten modder en sporen van modderig water achter op het groene linoleum. Buiten bulderen de kanonnen en binnen schudden de baraques, en telkens en telkens weer komen de dragers de zaal in, met mannen van de hoge tafels in de operatiezaal. Zij zijn het enige wat tussen ons en de kanonnen staat, die wrakken in bedden.’

Smerigheid is de grote constante, niet alleen letterlijk in de afschrikwekkende verwondingen van soldaten, maar ook in meer figuurlijke zin: de ongeïnteresseerde ziekenverzorgers,de ijdele chirurgen, alleen geïnteresseerd in persoonlijk gewin, en officieren die in de dorpen bij jonge meisjes hun pleziertje komen halen:

‘Zo gaat dat. Er ligt smerig bezinksel op de bodem van de meeste zielen. Oorlog, hoe groots ook, is niet noodzakelijk een zuiveringsproces dat mannen en naties loutert.’

Ellen La Motte schrijft eenvoudig, maar indringend, cynisme, sarcasme, maar vooral realisme. Zo zal het geweest zijn. Zo is het.

En zo gaat dat vele pijnlijke bladzijden lang door. Over kapotgeschoten hoofden, afgerukte ledematen, wonden in de buikstreek, chirurgische ingrepen (als hoogstandjes van menselijk vermogen), wachten op het verlossende einde. Over weerloze wrakken en menselijke puinhopen die janken van pijn, in een ruimte waar geen plaats is voor heroïsch gedoe.

De verpleegsters helpen zoveel als mogelijk, maar je voelt als het ware aan den lijve hun machteloosheid. Voor veel zwaargewonden is dit het eindstadium, de schrijfster heeft het over het ‘interval’ tussen leven en dood.

Tijdens ‘een plezierrit’ met de auto komt La Motte ook tot vlakbij het front en ziet ze hoe de steden en dorpen tot puin geschoten zijn. Daar moet ze beseft hebben dat de oorlog nooit echt zou eindigen. ‘Na deze oorlog zullen nog veel andere oorlogen volgen, en in de intervallen zal er vrede heersen’, schrijft ze profetisch in het voorwoord bij de oorspronkelijke uitgave van 1916. De Grote Oorlog zou nog twee jaar duren, en goed twintig jaar later zou de ramp zich herhalen. Volkomen gedesillusioneerd verliet La Motte in 1916 haar post en trok naar China waar ze verschillende teksten schreef over de problematiek van de opiumhandel.

Wat overblijft is dit verbazend boek, een echte mokerslag.

De integrale tekst in het Engels vindt U hier

Ellen La Motte

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Boek, Gelezen, Oorlog en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Ellen La Motte – The Backwash of war (Het kielzog van de oorlog)

  1. Pingback: 068 Edith Cavell en het patriottisme dat niet genoeg is (zondag 10 oktober 1915) | Veertien Achttien

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s