Joan Pujol Garcia MBE – “Garbo”

Joan Pujol Garcia MBE (Catalaans, Spaans: Juan Pujol García), (14 februari 1912 – 10 oktober 1988), werd opzettelijk en uit vrije wil een dubbel agent tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was Garbo voor de Britten en Arabel voor de Duitsers.

Hij kreeg van de Duitsers het Ijzeren Kruis en van de Britten een MBE (!!!).

Hij had een afkeer gekregen  van zowel de communistische als de fascistische regimes in Europa tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Daarom besloot hij om spion te worden voor de geallieerden, een manier om iets “voor het welzijn van de mensheid” te doen.

Pujol en zijn vrouw namen contact met de Britse en Amerikaanse inlichtingendiensten, maar deze wezen zijn aanbod af.

Onverschrokken creëerde hij een valse identiteit als een “fanatiek pro-nazi Spaanse regeringsfunctionaris”.  Met succes, want al gauw werd hij door de Duisers gerecruteerd als agent. Hij kreeg de opdracht om naar Groot-Brittannië te reizen en er bijkomende agenten te werven. In plaats daarvan ging hij naar Lissabon en begon een aantal valse rapporten op te stellen. Hij baseerde zich op verschillende openbare bronnen, waaronder een toeristische gids van Engeland, treinschema’s, bioscoop journaals en advertenties in tijdschriften.

Hoewel deze informatie nauwelijks een nader onderzoek zou doorstaan, werd Pujol al snel als een betrouwbare agent gezien door de Duitse Abwehr. Hij begon fictieve sub-agenten uit te vinden, die eventueel de schuld konden krijgen van valse informatie en fouten.

Uiteindelijk accepteerden ook de geallieerden Pujols aanbod  wanneer bleek dat de Duisers aanzienlijke middelen besteedden in de jacht op een fictief konvooi.

De familie verhuisde naar Groot-Brittannië en Pujol kreeg de codenaam Garbo. Pujol en zijn MI5-agent Tomás (Tommy) Harris bracht de rest van de oorlog door met de organisatie en de uitbreiding van het fictieve netwerk. De communicatie verliep in eerste instantie per brief, later via de radio. Uiteindelijk zouden de Duitsers een netwerk van zeven en twintig fictieve agenten financieren.

Pujol had een belangrijke rol in het succes van Operatie Fortitude, de operatie bedoeld om de Duitsers te misleiden over de timing en de locatie van de invasie in Europa aan het einde van de oorlog. De valse informatie die Pujol leverde hielp de Duitse inlichtingendienst te overtuigen dat de belangrijkste aanval zou komen in het Pas de Calais. De Duitsers hielden daarom twee pantserdivisies en 19 infanteriedivisies bij Calais, ook al was de invasie in Normandië al twee maanden oud.

Pujol werd geboren in de Catalaanse stad Barcelona op 14 februari 1912. Hij was de derde van vier kinderen. Zijn moeder kwam uit een zeer streng katholieke familie die elke dag de communie nam,  zijn vader had een meer liberale (politieke)  overtuiging.

In 1931 deed  Pujol zijn zes maanden verplichte militaire dienst in een cavalerie-eenheid. Hij werd er ongeschikt bevonden voor een militaire loopbaan.

Bij het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog in 1936 runde Pujol een pluimveebedrijf ten noorden van Barcelona.

Hij werd opgeroepen voor dienst aan de Republikeinse kant, maar verzette zich tegen de republikeinse regering omdat zij zijn zus hadden gevangen. Hij verborg zich in het huis van zijn vriendin maar werd er gevangen genomen tijdens een politie-inval. Een week later werd hij bevrijd door de verzetsgroep Socorro Blanco. Hij kreeg valse identiteitspapieren waaruit bleek dat hij te oud was voor militaire dienst.

Hij keerde terug naar de Republikeinse kant met behulp van de valse papieren met de bedoeling om zo snel mogelijk te deserteren en gaf zich als vrijwilliger aan om telegraafkabels te leggen in de buurt van de frontlinies. Hij slaagde erin om de Nationalistische kant te bereiken tijdens de Slag van de Ebro in september 1938.  Hier werd hij echter even slecht behandeld en werd weer gevangen gezet.

Zijn ervaringen aan beide kanten lieten hem achter met een diepe afkeer van zowel het fascisme als het communisme, en in het verlengde daarvan nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. Na zijn ontslag uit de Nationalistische leger, ontmoette hij zijn toekomstige eerste vrouw, Araceli Gonzalez, in Burgos en trouwde met haar in Madrid.

In 1940, tijdens de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog, besloot Pujol dat hij een bijdrage zou leveren “voor het welzijn van de mensheid”

Hij benaderde in eerste instantie de Britten. Hij deed dat drie maal, o.m. via zijn vrouw. De Britten echter waren niet geïnteresseerd.  Daarom besloot hij om zich eerst te vestigen als een Duitse agent vooraleer hij de Britten nog eens benaderde, deze keer als dubbel-agent.

Pujol creëerde een identiteit van een fanatiek pro-nazi Spaanse regeringsfunctionaris die gemakkelijk naar Londen kon op dienstreis. Hij maakte ook een vals Spaans diplomatiek paspoort.

Hij nam dan contact op Friedrich Knappe-Ratey, een Duitse geheim agent in Madrid bekend onder de codenaam “Frederico”, en wonder boven wonder…de Duitse inlichtingendienst nam hem aan en gaf hem een spoedcursus in spionage, met inbegrip van geheim schrift,  een flesje onzichtbare inkt, een codeboek en 600 pond voor de kosten. Zijn instructies waren om een netwerk van Britse agenten op te zetten.

Wat deed Pujol ?

Hij ging naar Lissabon in de plaats van Londen. Hier begon hij aan een stroom berichten met behulp van een toeristische gids voor Engeland, naslagwerken en tijdschriften uit de openbare bibliotheek van Lissabon en weekjournaal berichten die hij in de bioscoop zag.

Deze schijnbaar geloofwaardige rapporten leken recht uit Londen te komen. Consequent diende hij dan ook zijn onkosten in op basis van een tarievengids van de Britse spoorwegen. Omdat hij ietwat moeilijkheden had met het Engelse systeem diende hij zijn kosten in “omgezet” naar US Dollars (!).

Gedurende deze tijd creëerde hij een uitgebreid netwerk van fictieve sub-agenten die in verschillende delen van Groot-Brittannië opereerden. Vermits hij nooit een voet zette op Britse bodem maakte hij toch een aantal fouten. Zo beweerde hij eens dat een van zijn contacten in Glasgow “zou alles doen voor een liter wijn”, zich niet bewust van de Schotse drinkgewoonten.

Zijn rapporten werden onderschept door het Britse Ultra-programma , en leken zo geloofwaardig dat de Britse contra-inlichtingendienst MI6 een full-scale spionnen jacht lanceerde.

In februari 1942 benaderde hij de VS, die toen in de oorlog waren gestapt. Hij nam contact met US Navy Luitenant Patrick Demorest in het kantoor van de marine-attache’s in Lissabon. Deze zag onmiddellijk het potentiëel van Pujol. Demorest contacteerde zijn Britse collega’s.

De Britten waren er zich wel van bewust dat er iemand was die Duitsers verkeerde informatie gaf vooral wanneer ze merkten dat de Duitse marine een hoop middelen inzette om een niet-bestaand konvooi  te onderscheppen dat hen was gemeld door Pujol.

Tomas Harris

Hij werd overgeplaatst naar Groot-Brittannië op 24 april 1942 en kreeg de codenaam Bovril, naar het gelijknamige drankje.  Nadat hij met goed gevolg een MI5-security check had doorstaan door twee MI5 officieren (Cyril Mills en Tomás Harris) en een MI6 agent (Desmond Bristow), stelde Mills voor zijn codenaam te wijzigen in “Garbo”, naar Greta Garbo.  Pujol’s  vrouw en kind werden later naar Groot-Brittannië gebracht.

Pujol opereerde vanaf nu als dubbelagent onder toezicht van het “XX Comite”. XX of “Double Cross” (twee kruisen of bedrog). Mills sprak geen Spaans  en gaf zijn zaak over aan een Spaans-sprekende officier genaamd Tomás (Tommy) Harris. Samen zouden Harris en Pujol 315 brieven schrijven, met telkens zo’n  2.000 woorden, gericht aan een postbusadres in Lissabon voor de Duitsers.

Zijn fictieve spionnennetwerk was zo efficiënt dat de Duitsers  geen verdere pogingen deden om extra spionnen in het Verenigd Koninkrijk aan te werven.

Garbo was uniek onder de Britse dubbel-agenten. Hij deed zijn werk vrijwillig waar de meeeste anderen  vijandelijke agenten waren die waren ontdekt en dan “omgeturnd” .

De informatie die de Duitse inlichtingendienst kreeg was een mengsel van complete fictie, echte informatie van weinig militaire waarde en waardevolle militaire inlichtingen, die opzettelijk en  kunstmatig werd vertraagd.

In november 1942, vlak voor de operatie TORCH en de landingen in Noord-Afrika, “meldde” Garbo’s agent dat op de rivier Clyde een konvooi van troepen en oorlogsschepen de haven had verlaten, beschilderd in mediterrane camouflage. De brief was afgestempeld voor vervoer via luchtpost, maar het tijdstip van aankomst was zo geregeld dat de informatie te laat kwam om nog bruikbaar te zijn. Pujol kreeg een antwoord dat “spijtig genoeg de informatie te laat kwam. Niettemin zijn uw laatste rapporten prachtig”. De schuld werd gestoken op een KLM koerier die voor geld zijn werk deed.

Omdat de Duitsers dergelijke “prachtige informatie” niet meer wilden mislopen verzochten ze Pujol om in ’t vervolg een Radioverbinding te gebruiken. Prompt creëerde hij een fictieve radio-monteur om rechtstreeks te kunnen communiceren. Het werd vanaf nu de geprefereede communicatieweg.

Af en toe moest hij redenen verzinnen waarom zijn agenten er niet waren in geslaagd om gemakkelijk beschikbare informatie voor de Duitsers te vergaren. Dan was de agent ziek gevallen, of misschien zelfs een keer opgepakt voor verhoor. Een keer “overleed“ de agent. Een doodsbrief werd geplaatst in de lokale krant als verder bewijs om de Duitsers te overtuigen. De grap werd zover gedreven dat de Duitsers werden overgehaald om een pensioen te betalen aan de “weduwe” van de agent.

De overstap naar radio communicatie vereiste dat Arabel (en dus Garbo) kon beschikken over de meest geavanceerde tekst-codering mogelijk.  De Duitse codes die Garbo gebruikte werden prompt geleverd aan de codebreakers in Bletchley Park. Gecodeerde radioverslagen van Garbo werden  ontvangen in Madrid, met de hand gedecodeerd, en opnieuw versleuteld met een Enigma machine voor transmissie naar Berlijn.  Dit gaf de codebreakers het best mogelijke bronmateriaal in hun pogingen om de zaak te decoderen.

In januari 1944 vertelde Pujol  de Duitsers dat hij dacht dat er een grootschalige invasie van Europa ging komen. Hij werd gevraagd uit te kijken.

Dit was de beruchte Operatie Overlord, en Pujol speelde een prominente rol in de misleiding en desinformatie-campagne “Operatie Fortitude”. Hij verzond meer dan 500 radio-berichten tussen januari 1944 en D-Day, soms meer dan twintig berichten per dag.  Tijdens de planning voor de invasie van de Normandische stranden werd besloten dat het van vitaal belang was dat het Duitse opperbevel zou worden misleid. De Duitsers moesten geloven dat de landing zou gebeuren aan Pas de Calais.

Om zijn geloofwaardigheid te behouden werd besloten dat Garbo (of een van zijn agenten) de Duitsers van de timing en enkele details van de werkelijke invasie van Normandië zou moeten waarschuwen. Maar weer moest de berichtgeving ietwat te laat komen.

Speciale consignes werden gegeven aan de Duitse radio-operatoren die moesten luisteren naar Garbo in de nacht van 5/6 juni 1944. Een “sub-agent” zou die nacht met belangrijke informatie komen. Toen de oproep er kwam om 03.00 uur kwam er geen antwoord van de Duitse kant voor 08.00 uur.  Dit voorval werd door Garbo uitgebuit die fulmineerde dat zijn boodschap “gemist” werd. “Ik kan deze nalatigheid niet accepteren. Ware het niet dat ik idealen heb, ik zou dit werk laten voor wat het is”.

Op 9 juni (3 dagen na D-day) stuurde Garbo stuurde een bericht naar het Duitse opperbevel dat tot bij Adolf Hitler zelf geraakte. Hij meldde dat een fictieve formatie, the First US Army Group bestaand uit 11 divisies (150.000 mannen) onder bevel van generaal George Patton, werd gestationeerd in het zuiden en oosten van Groot-Brittannië.

Dit bedrog werd ondersteund door nep-vliegtuigen, opblaasbare tanks en bestelauto’s die over en weer reisden en nep radio verkeer. Garbo’s boodschap was duidelijk : deze troepen werden achter gehouden om de werkelijke invasie te doen aan het Pas de Calais.

Een Duitse bericht naar Madrid twee dagen later zei: “alle meldingen van de laatste week van Arabel [Duitse codenaam Pujol’s] onderneming  zijn bevestigd zonder uitzondering en worden omschreven als bijzonder waardevol.”

De Duitse legerleiding accepteerde Garbo verslagen zo volledig dat ze twee pantserdivisies en 19 infanteriedivisies in de Pas de Calais hielden. Ze wachtten op de tweede en beslissende invasie. Ze bleven er tot en met juli en augustus van 1944 (!).

De Duitse bevelhebber, veldmaarschalk Gerd von Rundstedt, weigerde generaal Erwin Rommel met zijn divisies naar Normandië te laten vertrekken. Er waren meer Duitse troepen in de Pas de Calais twee maanden na de invasie in Normandië dan op D-Day (!).

Eind juni kreeg Arabel (Garbo) van de Duitsers de opdracht om te rapporteren over het effect van de V1 vliegende bommen. Daar hij geen enkele manier vondt om (valse) informatie te geven zonder argwaan te wekken, werd  “Pujol “gearresteerd” .  Een paar dagen later berichtte hij de Duitsers dat hij beter “Londen een tijdje meed”. Hij voegde er een  “officiële’ brief van verontschuldiging van de minister van Binnenlandse Zaken voor zijn onwettige detentie” bij.

De Duitsers betaalden Garbo (of Arabel, zoals zij hem noemden) US 340.000 dollar voor zijn netwerk van agenten, dat op een gegeven moment in totaal 27 verzonnen identiteiten omvattete.

De nazi’s hebben zich op geen enkel moment gerealiseerd dat Garbo hen voor de gek hield. Op die manier kreeg hij het gedaan om van beide kanten (Duitsers en Britten) te worden onderscheiden voor zijn “werk”.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog vreesde Pujol represailles van overgebleven nazi’s. Met de hulp van MI5 reisde Pujol naar Angola en “stierf er aan malaria” in 1949. Daarna verhuisde hij naar Lagunillas, Venezuela, waar hij  in (relatieve) anonimiteit een boekenwinkel runde.

In 1971 begon de Britse politicus Rupert Allason, die schreef onder het pseudoniem Nigel West, zich te interesseren in Garbo. Al enkele jaren interviewde hij verschillende oud-officieren van de inlichtingendienst, maar niemand wist echte naam van Garbo.

Uiteindelijk zei Tomas Harris’ vriend Anthony Blunt, de Sovjet-spion die was doorgedrongen in MI5, dat hij Garbo had ontmoet en dat hij hem herinnerde als  “Juan of Jose Garcia”.  Allason kreeg uiteindelijk de naam van Garbo te horen van een voormalige MI5-officier die in Spanje had gewerkt.  Allason huurde een wetenschappelijk medewerker in die elke J. Garcia belde in de Barcelona. Uiteindelijk belandde die bij Pujols neef. Pujol en Allason ontmoetten uiteindelijk elkaar in New Orleans op 20 mei 1984.

Op aandringen van Allason reisde Pujol naar Londen en werd er ontvangen door Prins Philip, Hertog van Edinburgh op Buckingham Palace, in een ongewoon lange audientie.
Daarna ging hij naar de Special Forces Club en werd er herenigd met een groep van zijn voormalige collega’s waaronder kolonel TA Robertson, kolonel Roger Hesketh, Cyril Mills en Desmond Bristow.

Op de 40ste verjaardag van D-Day, 6 juni 1984 reisde Pujol reisde naar Normandië om er zijn respect te betuigen aan de doden.

Pujol overleed in Caracas in 1988 en is begraven in Choroní bij de Caribische zee.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, Oorlog en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s