Het bloedbad bij Sand Creek (29 november 1864)

Sand%20Creek%20massacre

Colorado Territory was tijdens de jaren 1850 en 1860 een plaats van fenomenale groei. Nederzettingen schoten als paddestoelen uit de grond want zij herbergden goudzoekers en mijnwerkers. Bij tienduizenden kwamen ze op zoek naar dat beetje geluk.

De dupe van de hele zaak waren de Cheyenne en de Arapahos.

De Indianen begonnen met het overvallen van wagenconvooien, mijnbouw kampen, en stagecoach lijnen. Vooral toen – door de burgeroorlog die woedde in het oosten – de militaire garnizoenen voor een groot deel uit het westen werden weggetrokken. Een enkele blanke familie stierf binnen 20 mijl van Denver. Deze uitbarsting van geweld is bekend onder de naam van de Cheyenne-Arapaho Oorlog of de Colorado oorlog van 1864-65.

Gouverneur John Evans van Colorado Territory wilde de jachtgebieden van de Cheyenne en de Arapaho laten openstellen voor blanke ontwikkeling. De stammen weigerden echter om hun land te verkopen en in te wisselen voor reservaten. (“Waarom zouden wij genoegen nemen met het krijgen van land dat reeds van ons is”)

Col.JohnMiltonChivingtonL

Evans besloot toen de militie onder leiding van kolonel John Chivington het toenemend geweld te laten onderdrukken.

Evans gebruikte enkele geïsoleerde incidenten als voorwendsel om troepen, onder de leiding van de  ambitieuze, Indianen-hatende bevelhebber kolonel Chivington, de klus te laten klaren. Hoewel John Chivington ooit een geestelijke was geweest was zijn menslievendheid beperkt tot al wat blank was en niet tot het leven van de Indiaanse bevolking.

In het voorjaar van 1864, terwijl de Burgeroorlog woedde in het oosten, startte Chivington met een campagne van geweld tegen de Cheyenne en hun bondgenoten. Zijn troepen vielen lukraak Indiaanse nederzettingen aan en verwoestten de dorpen. De Cheyennes, samen met naburige Arapahos,  Sioux, Comanche en Kiowa,  zowel in Colorado en Kansas, gingen in de verdediging.

Evans en Chivington versterkten hun milities. Het Derde Colorado Cavalerie regiment werd omgetoverd tot een troep van vrijwilligers die zich de “Hundred Dazers” noemde.

Na een zomer van verspreide kleine invallen en botsingen,ontmoetten blanke en indiaanse vertegenwoordigers elkaar op Camp Weld, even buiten Denver,  op 28 september. Geen verdragen werden gesloten, maar de Indianen geloofden dat door hun kampementen dichtbij de forten op te slaan ze blijk zouden geven van vreedzame bedoelingen.

Portrait_of_Black_Kettle_or_Moke-Tao-To _and_Delegation_Of_Cheyenne_and_Arapaho_Chiefs_28_SEP_1864Een delegatie van Cheyenne, Kiowa en Arapaho chiefs in Denver, Colorado op 28 September 1864. Black Kettle zit op de eerste rij tweede van links.

egch_02_img0225Vraag van Chivington voor meer troepen ter bestrijding van het Indiaanse probleem.

Black Kettle was een vredelievende leider van een groep van ongeveer 600 Zuid-Cheyennes en Arapahos die de buffels volgden langs de Arkansas River van Colorado en Kansas.

Zijn groep meldde zich bij Fort Lyon en kampeerde dan bij Sand Creek ongeveer 40 mijl ten noorden.

Kort daarna ging Chivington met een groep van ongeveer 700 “volunteers”  naar Fort Lyon. Hij gaf het bevel tot een aanval op het kampement van Black Kettle. Hoewel hij ervan op de hoogte werd gebracht dat Black Kettle zich reeds had overgegeven, ging Chivington door met wat hij beschouwde als de perfecte gelegenheid om het Indiaanse probleem op te lossen.

SandCreek

Op de ochtend van 29 november dirigeerde hij zijn troepen naar Sand Creek. Hij stelde ze op rond het dorp samen met hun vier houwitsers. Vele van de soldaten waren erg aan de drank.

Black Kettle hees in volle vertrouwen een Amerikaanse en een witte vlag boven zijn tipi. Als reactie hief Chivington zijn arm voor de aanval. Chivington wilde een overwinning, geen gevangenen, en dus werden mannen, vrouwen en kinderen opgejaagd en neergeschoten.

Onder het gedonder van de kanonnen en de geweren verspreiden de indianen zich in paniek. De  soldaten vermoordden alles wat bewoog. Een paar krijgers zijn erin geslaagd om terug te vechten, zodat een deel van de stam kon ontsnappen aan de overkant van de beek, met inbegrip van Black Kettle.

Een tolk uit het dorp getuigde : “THEY WERE SCALPED, THEIR BRAINS KNOCKED OUT; THE MEN USED THEIR KNIVES, RIPPED OPEN WOMEN, CLUBBED LITTLE CHILDREN, KNOCKED THEM IN THE HEAD WITH THEIR RIFLE BUTTS, BEAT THEIR BRAINS OUT, MUTILATED THEIR BODIES IN EVERY SENSE OF THE WORD.”

Black Kettle zei later : “Although wrongs have been done me, I live in hopes. I have not got two hearts…. I once thought that I was the only man that persevered to be the friend of the white man, but since they have come and cleaned out our lodges, horses, and everything else, it is hard for me to believe white men any more”

Het “Sand Creek Massacre” zorgde voor verontwaardiging in het Oosten maar behaagde veel mensen in Colorado Territory. Chivington verscheen op podium in Denver podium waar hij honderduit vertelde over zijn “overwinning” en 100 scalps (waaronder schaamhaar van Indiaanse vrouwen) tentoon stelde.

Spoedig echter gingen de geruchten van dronken soldaten en het afslachten van ongewapende vrouwen en kinderen de ronde doen. Toen Chivington gevraagd werd waarom vrouwen en kinderen werden afgeslacht antwooordde hij  : “Nits make Lice” (van Neten komen  Luizen)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Chivington liet zes van zijn mensen arresteren en beschuldigde hen van lafheid in de strijd. Maar de zes, onder wie kapitein Silas Soule, een persoonlijke vriend van Chivington die met hem had gevochten in Glorietta Pass, waren in feite militieleden die geweigerd hadden deel te nemen aan het bloedbad. Nu spraken ze openlijk over het bloedbad waarvan ze getuige waren geweest.

Kort na hun arrestatie beval de Amerikaanse minister van Oorlog de zes mannen vrij te laten en het Congres begon met de voorbereidingen voor een formeel onderzoek naar wat er was gebeurd in Sand Creek.

Soule zelf zou geen getuige zijn bij het onderzoek. Hij werd minder dan een week na zijn vrijlating vermoord in de straten van Denver.

Tegen de tijd dat Chivington uiteindelijk voor de krijgsraad kwam voor zijn betrokkenheid bij het bloedbad, was hij niet meer in het Amerikaanse leger en kon dus niet worden gestraft.

Geen strafrechtelijke vervolging werd ooit verder tegen hem ingediend.

Een Legerrechter verklaarde later over Sand Creek :  ” Sand Creek is a cowardly and cold-blooded slaughter, sufficient to cover its perpetrators with indelible infamy, and the face of every American with shame and indignation.”

Hoewel hij nooit gestraft werd voor zijn rol bij Sand Creek, heeft Chivington toch de prijs betaald voor zijn daden. Hij werd gedwongen om ontslag te nemen uit de Colorado militie, zich terug te trekken uit de politiek, en om weg te blijven van de campagne voor een eigen staat.

In 1865 verhuisde hij terug naar Nebraska. Hij werkte er enkele jaren als vrachtvervoerder. Hij woonde kort in Californië, en keerde daarna terug naar Ohio, waar hij landbouwer was  en redacteur van een kleine krant.
Uiteindelijk keerde hij in 1885 terug naar Denver en werkte er als een plaatsvervangend sheriff tot kort voor zijn overlijden aan kanker in 1892.

sand_c1[1]7191865

Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, Indianen, Wild West en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s